Voedingswetenschapper Peter de Jong blijft verwonderd over koeienmelk
In dit artikel:
Voordat hij een lezing houdt op een creationistisch congres, legt voedingswetenschapper Peter de Jong (60) zijn voordracht eerst voor aan seculiere collega’s. Die interne toetsing symboliseert zijn werkwijze: actief de kloof tussen geloof en wetenschap opzoeken en zich laten corrigeren waar nodig.
De Jong woont in Montfoort, is ruim veertig jaar organist van de Grote Kerk daar en verdient zijn brood in de voedingstechnologie. Oorspronkelijk werkte hij veel voor de zuivelindustrie; de laatste vijftien jaar richt hij zich ook op plantaardige ingrediënten. Daarnaast is hij lector aan Van Hall Larenstein en dirigeert hij een projectkoor. Privé is hij getrouwd met Anja en vader van zeven kinderen; zijn geloof speelt een centrale rol in leven en werk.
Een terugkerend thema in het interview is zijn verdediging van melk. De Jong noemt melk een compleet levensmiddel en betoogt dat, als je voedingswaarde en ecologische voetafdruk afweegt, melk duurzaam kan zijn — een standpunt dat in 2024 felle reacties opriep toen hij stelde dat melk onder bepaalde omstandigheden duurzamer is dan haverdrank. Die ophef leidde tot spanningen met collega’s; sommigen betwijfelden of hij past binnen een ‘groene’ hogeschool. De Jong blijft bij zijn analyse en nodigt critici uit de cijfers na te rekenen: voedingswetenschap is meetbaar en discussie zou moeten leiden tot betere kennis, aldus zijn verwijzing naar Karl Popper.
De Jong ervaart tegelijk toenemende polarisatie rond politiek gevoelige onderwerpen. Hij vertelt over studenten en onderzoekers die demonstraties bij uitstapjes naar Shell onmogelijk maakten, waardoor dialoog wegviel. Hij pleit voor open debat, ook over landbouw: hij verzet zich tegen het beeld dat grasland geen natuur is en waarschuwt dat Nederland belangrijk blijft voor voedselproductie, zeker naarmate Zuid-Europa door klimaatverandering inproductiever wordt. Tegelijk benadrukt hij dat meer plantaardige voeding nodig is, maar dat dat niet per se méér melk uitsluit. Hij wijst op oplossingen als minder verspilling en technologische verbeteringen en stelt dat natuurlijke hulpbronnen — inclusief fossiele brandstoffen — gegeven zijn, maar rationeel en met mate benut moeten worden.
Zijn geloof vormt de leidraad voor veel uitspraken. De Jong vertelt over zijn bekering in 1997, een periode waarin een preek hem diep raakte en hij sindsdien minder angst voor de dood voelde. Die verandering leidde ook tot vragen over roeping en tot een levenshouding waarin hij klein publieke tekenen van geloof niet schuwt: bidden voor het eten, open zijn over zijn gezin, en het aanbieden van een Bijbel aan geïnteresseerde studenten. Hij geeft voorbeelden van hoe hij in seculiere contexten met warmte contacten legt — een studente las de bijbel die hij gaf en kwam later tot geloof — en hoe hij lezingen over geloof en wetenschap zowel op de hogeschool als voor creationistische organisaties geeft, maar die eerst door niet-gelovige collega’s laat beoordelen.
Persoonlijk is De Jong introvert en reflectief; hij ziet zijn positie in werk en gemeente meer als ‘gerold’ dan gepland en noemt het motto Soli Deo Gloria geen retoriek maar een reminder om nederig te blijven. Tegelijk raakt hij bezorgd over de mentale staat van veel jongeren: hij ziet bij studenten veel uitzichtloosheid, eenzaamheid en zelfmoordgedachten, en merkt dat religieuze jongeren zeldzaam zijn in zijn contactenkring.
Kort gezegd is Peter de Jong een wetenschapper met een uitgesproken christelijke overtuiging die actief het debat zoekt tussen geloof en wetenschap, zich niet laat afschrikken door kritiek, en zowel in academische als kerkelijke kringen probeert bruggen te slaan — met cijfers, met persoonlijke getuigenis en met aandacht voor ecologie en maatschappelijke verantwoordelijkheid.