VN plaatst Rusland en Israël voor het eerst op 'zwarte lijst' van seksueel geweld in conflicten
In dit artikel:
De VN hebben Israël en Rusland voor het eerst opgenomen op hun jaarlijkse "zwarte lijst" van staten en gewapende groepen die seksueel geweld gebruiken in conflicten. Secretaris‑generaal António Guterres had beide landen vorig jaar al gewaarschuwd dat opname mogelijk was; het rapport wordt vandaag officieel verspreid onder de leden van de VN‑Veiligheidsraad.
Voor Israël documenteren VN‑onderzoekers meerdere gevallen van seksueel geweld tegen Palestijnse gevangenen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, met incidenten die teruggaan tot 2023. De VN bevestigen slachtoffers onder 14 mannen, 7 vrouwen, 9 jongens en 1 meisje. Vermelde misdrijven zijn onder meer verkrachting, groepsverkrachting, geweld aan de geslachtsdelen, gedwongen naaktheid en lichamelijke onderzoeken zonder duidelijke veiligheidsreden. Als daders worden leden van het Israëlische leger, de veiligheidsdiensten en gevangenispersoneel genoemd. De VN geven aan dat het onderzoek niet volledig kon zijn omdat Israël volgens hen toegang tot detentiecentra weigerde; Israël betwist dat en zegt onderzoekers te hebben uitgenodigd.
Voor Rusland meldt het rapport 310 gedocumenteerde gevallen van seksueel geweld in bezet Oekraïens gebied en op Russisch grondgebied, vaak gericht tegen mannen waaronder krijgsgevangenen; de beschuldigingen omvatten onder meer verkrachting, verminking en elektroshocks. Oekraïne zelf staat niet op de zwarte lijst, al noteert de VN 31 gevallen door Oekraïense veiligheidstroepen (voornamelijk vóór 2025). Zowel Israël als Rusland noemen de aantijgingen onjuist; de Israëlische ambassadeur bestempelde het rapport als "beschamend en absurd" en kondigde bevriezing van contacten met Guterres aan.
De zwarte lijst heeft geen directe juridische gevolgen maar fungeert als sterk internationaal veroordelingssignaal. Het rapport verschijnt kort na een breed onderzoek van de New York Times naar misbruik van Palestijnse gevangenen.