VN ondermijnt ouderlijk gezag
In dit artikel:
Een herziening van de uitleg bij artikel 27 van het VN-Kinderrechtenverdrag zorgt voor onrust: een VN-comité werkt achter gesloten deuren aan een ‘general comment’ (nummer 27) die kinderen van alle leeftijden expliciet het recht zou geven zelfstandig procedures aan te spannen en dat hun mening in rechtbanken “serieus en zwaarwegend” moet worden meegewogen. Tegenstanders stellen dat dit het gezag van ouders verzwakt en ertoe kan leiden dat jonge kinderen medische of andere ingrijpende beslissingen — denk aan geslachtsbehandeling of abortus — zonder toestemming van ouders kunnen afdwingen.
De ontwerprichtlijn is onlangs door een commissie van 18 onafhankelijke experts bewerkt nadat consultaties met onder meer zo’n 7.000 kinderen en tientallen ngo’s waren gehouden. De VN stelt dat het doel is kinderrechten te versterken en procedures kindvriendelijker te maken. Formeel verandert het verdrag niet: het gaat om een interpretatie die, hoewel niet bindend, in de praktijk veel invloed heeft omdat rechters, scholen en advocaten dergelijke adviezen bij het afwegen van belangen gebruiken.
Critici — waaronder CitizenGo, dat een petitie lanceerde die honderden duizenden handtekeningen verzamelde, en oud-Europarlementariër Rob Roos — waarschuwen voor gebrek aan transparantie en democratische controle. Roos noemt het proces een machtsverschuiving van ouders naar internationale instanties en vindt dat nationale politiek en ouders nu moeten ingrijpen. De Nederlandse overheid gaf tijdens de consultatie geen inhoudelijke inbreng; Buitenlandse Zaken zegt de definitieve tekst met belangstelling af te wachten en wees op praktische beperkingen om op elk thema te reageren.
Een aantal landen reageerde verschillend: Singapore prijst het comité maar benadrukt dat ouders in hun rechtsstelsel verantwoordelijk blijven; Portugal uit bezorgdheid over de veronderstelling dat kinderen automatisch zelfstandig juridisch wilsbekwaam zijn. Voor Nederland geldt dat de rechtspositie van kinderen al wordt meegewogen in bijvoorbeeld jeugdzorg- en familierechtzaken, maar dat hun wensen onder huidige wetgeving niet doorslaggevend zijn en ouders doorgaans de centrale rol behouden.
Samengevat: de discussie draait om balans tussen versterking van kinderparticipatie en het behoud van ouderlijk gezag, waarbij onzekerheid over transparantie en de praktische gevolgen van de nieuwe interpretatie zorgen voor felle kritiek en oproepen tot publieke en politieke actie.