VN-functionaris beschuldigt Israël van apartheid op Westelijke Jordaanoever
In dit artikel:
De VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, onder leiding van Volker Türk, concludeert in een recent rapport dat Israël op de Westelijke Jordaanoever systematisch internationaal recht overtreedt door Palestijnen gediscrimineerd te behandelen. Het dossier beschrijft hoe de bewegingsvrijheid, toegang tot basisvoorzieningen en de veiligheidspositie van Palestijnen stelselmatig worden beperkt — van water en scholing tot spoedvervoer, familiebezoek en het oogsten van olijven — en stelt dat die beperkingen erop lijken gericht te zijn blijvende segregatie en ondergeschiktheid te waarborgen.
Het rapport wijst erop dat handelingen die bedoeld zijn een dergelijk beleid te bestendigen in strijd zijn met artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie (ICERD), dat rassenscheiding en apartheid verbiedt. Türk omschrijft de situatie als een ernstige vorm van rassendiscriminatie en trekt parallellen met eerdere apartheidssystemen. Eerdere onafhankelijke VN-inspecties gebruikten ook al de term "apartheid".
Volgens de studie is de discriminatie geen nieuw verschijnsel maar is deze sinds december 2022 sterk verslechterd. Verder documenteert het rapport patronen van segregatie, onderdrukking, overheersing en geweld, en wijst het op de uitbreiding van Israëlische nederzettingen, die volgens internationaal recht illegaal zijn. Op de Westelijke Jordaanoever wonen circa drie miljoen Palestijnen en ongeveer 700.000 Israëlische kolonisten; in december veroordeelden veertien landen, waaronder Nederland, de aanleg van nieuwe nederzettingen.
Het rapport kan politieke en juridische gevolgen hebben doordat het structurele discriminatie en een mogelijke intentie tot permanente segregatie vastlegt. De publicatie versterkt bestaande internationale zorgen over het belegde gebied en roept op tot aandacht voor mensenrechten en naleving van internationale verdragen.