Vluchtheuvel in de binnenstad van Harlingen

maandag, 19 januari 2026 (15:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Grote of Nieuwe Kerk in Harlingen viert haar 250-jarig bestaan: het gebouw dateert uit 1775 en het jubileum wordt gevierd tot eind april, hetzelfde moment waarop het tweeklaviersorgel van Albert Anthony Hinsz precies 250 jaar geleden zijn plek kreeg. Binnen overheerst een rustige doordeweekse sfeer; het interieur is appelgroen, de preekstoel staat hoog op een veertien treden tellende trap en het Hinsz-orgel vormt samen met de kansel een visueel en liturgisch paar dat 'Woord en psalmen' verbindt.

De kerk is ruim genoeg voor meer dan 900 bezoekers, maar op zondagmorgen komen er doorgaans zo'n 120 gelovigen bijeen, verspreid in drie beuken, vaste herenbanken en op galerijen. Grote ramen laten veel licht binnen; op de vloer liggen grafzerken en in het gangpad een rode loper. Predikant ds. T.G. van der Linden noemt de kerk een huis van 'mienskip' — een plek voor gemeenschap — en karakteriseert het gebouw als een kruising van calvinistische plichtsbetrachting en stedelijke allure. Hij wijst erop dat dit de enige kerk in Friesland is die de titel 'dom' draagt.

Het jubileumprogramma omvat onder meer een stadscollecte tegen kinderarbeid in India en een tentoonstelling in museum Het Hannemahuis (tot half februari) waar het predikantenbord met 104 namen — waaronder Gregorius Lemke en Wilhelmus à Brakel — te zien is. Van der Linden benadrukt het belang van 'zingend geloven' en de gereformeerde, oecumenische inslag van de gemeente: de kerk fungeert zowel als sacrale ruimte op zondag als ontmoetingsplaats voor bezinning en muziek door de week.

Achtergrond: Hinsz was een vooraanstaand orgelbouwer van zijn tijd; zijn instrumenten zijn cultureel en muzikaal waardevol en dragen bij aan het erfgoed dat de Harlinger gemeenschap nu viert.