Vluchten of blijven in Iran: 'Iedereen is vertrokken, maar ik blijf'
In dit artikel:
In Teheran is het dagelijkse leven sinds het begin van de oorlog sterk verstoord: inwoners leven in angst voor Amerikaanse en Israëlische luchtaanvallen én voor de controles van de Revolutionaire Garde die door de stad staan. Volgens VN-cijfers zijn in heel Iran ongeveer drie miljoen mensen op de vlucht geslagen; tienduizenden kwamen vanuit Teheran weg. Journalisten en lokale bronnen spreken echter van uiteenlopende reacties: sommige gezinnen vertrekken naar het noorden, richting de Kaspische Zee — deels omdat veel mensen daar tijdens het Iraanse Nieuwjaar toch al naartoe gaan — terwijl anderen binnen de stad blijven.
Persoonlijke verhalen illustreren die verdeeldheid. Een fotografe en een technicus verlieten hun woning na toenemend bombardementen en ingestorte gebouwen; familie en samenzijn bieden hen troost. Tegelijkerhand keren sommigen snel terug: een muzikant keerde na twee weken terug naar zijn baan, uit angst zijn inkomen te verliezen, en een ondernemer vond het verblijf in het noorden te druk en duur. Financiële capaciteit, vervoer en beschikbaarheid van onderdak bepalen vaak of mensen kunnen vluchten of terugkeren.
Desondanks is er ook een wijdverbreid geloof onder veel Iraniërs dat de aanvallen vooral op militaire of regime-doelen zijn gericht; zolang hun eigen wijk relatief gespaard blijft, keren velen terug. Dat beeld kan veranderen als meer civiele infrastructuur wordt geraakt: mensenrechtenorganisatie HRANA meldt minstens 1.598 burgerdoden sinds het begin van het conflict, en er zijn bombardementen geweest op tientallen politiebureaus en appartementencomplexen van invloedrijke regimeleden. Sommige inwoners blijven uit principe in Teheran — ook al weten ze niet of en wanneer ze veilig terug kunnen keren, zeker nu veel wegen beschadigd zijn.