Vlinders blijven onder druk, maar herstel is mogelijk: nieuwe Vlinderbalans 2026 verschenen
In dit artikel:
De Vlinderstichting publiceert op 20 april 2026 de Vlinderbalans 2026, waarin trends van dagvlinders, libellen, nachtvlinders en hommels worden gepresenteerd op basis van tellingen door ruim 2.500 vrijwilligers. Belangrijkste uitkomst: veel insectengroepen blijven krimpen. Sinds 1992 zijn dagvlinderstanden met ongeveer 56% gedaald; vooral het platteland laat grote verliezen zien en ook bermen die vroeger vol vlinders stonden zijn nu vaak soortenarm. Zelfs soorten die lang als algemeen werden gezien, zoals het lantaarntje, nemen af. In 2025 noteerden sommige soorten hun laagste index ooit (onder andere de veenbesparelmoervlinder en de bruine eikenpage), al waren er ook positieve uitzonderingen: het bont zandoogje kende zijn beste jaar sinds het begin van het meetnet.
De rapportage legt de nadruk op de Basiskwaliteit Natuur (BKN) als essentiële voorwaarde voor herstel: voldoende bloemrijkdom in bermen, schoon water, houtwallen, kruidenrijke oevers en minder stikstof en pesticiden. In grote delen van Nederland — met name intensieve landbouwgebieden en verstedelijkte zones — wordt die basiskwaliteit nog niet gehaald, waardoor herstel van bestuivers en andere insecten stokt. Waar gemeenten, boeren en terreinbeheerders wel investeren in natuurvriendelijk beheer, keren soorten terug.
De Vlinderstichting benadrukt dat natuurherstel niet beperkt moet blijven tot beschermde gebieden maar ook nodig is in tuinen, parken, bedrijventerreinen en langs wegen. Met de campagne “Relax, tel flex!” worden burgers aangespoord via apps als Count4Nature, Avimap en ButterflyCount flextellingen door te geven; die aanvullen de vaste meetroutes en helpen inzicht te geven in de BKN. Ook kleine, lokale acties — van bloemrijk beheer tot minder bestrijdingsmiddelen — kunnen volgens de organisatie een groot verschil maken.