Vlinderjaar 2025 heeft twee gezichten

maandag, 29 december 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

2025 liet twee gezichten van het vlinderjaar in Nederland zien: seizoensgewijs sterk in het voorjaar maar zwakker in een groot deel van de zomer. Het landelijke meetnet vlinders (gestart in 1990) biedt de basisgegevens; de definitieve cijfers voor 2025 ontbreken nog, maar voorlopige tellingen tonen dat maart en april opvallend warm, droog en zonnig waren, wat zorgde voor hoge aantallen in april en mei. Eind mei waren er tijdelijk weinig vlinders, en vanaf half juli lagen de aantallen duidelijk onder het langjarig gemiddelde.

Kortetermijnpiekjes zijn vooral weersafhankelijk, maar de langjarige trend wordt bepaald door structurele druk zoals versnippering van leefgebied, verdroging en teveel stikstof. Op soortniveau opent 2025 ook met tegenstrijdigheden: treksoorten als atalanta en distelvlinder waren minder talrijk, terwijl de gele en oranje luzernevlinder juist een goed jaar hadden (met name augustus-september). Andere relatief goed jaarlopers waren bont zandoogje, boomblauwtje, groot koolwitje en staartblauwtje. De argusvlinder nam iets toe, maar blijft zeldzaam. Alarmwekkend is dat soorten als kleine vos, bont dikkopje, heivlinder en het vroeger veelvoorkomende zwartsprietdikkopje in 2025 hun slechtste jaren noteerden, soms op het laagste niveau sinds het begin van de metingen.

Bronnen: De Vlinderstichting en Netwerk Ecologische Monitoring (tekst/beeld: Kars Veling). Conclusie: tijdelijk voorjaarssucces verandert niets aan de diepere, zorgelijke achteruitgang van meerdere soorten; herstel vraagt structurele maatregelen in landschap en stikstofbeleid.