Vliegveld Hoogeveen slaat (eindelijk) de vleugels uit. 'De boel moest wakker worden'
In dit artikel:
Erwin Slomp (65) trof begin 2025 een slaperig Vliegveld Hoogeveen aan: verkokerd bestuur, weinig zichtbaarheid in de stad en faciliteiten die al decennia meegingen. Sinds zijn aantreden als voorzitter heeft hij het veld doelbewust nieuw leven ingeblazen. Zijn kernidee: “Een vliegveld moet léven.” Daarmee bedoelt hij dat de luchthaven niet langer een besloten enclave voor liefhebbers mag zijn, maar een levendige plek voor de hele regio.
Praktische stappen volgen die ambitie. Op de noordzijde van het terrein verrijzen zestien nieuwe hangars — alle units zijn al verkocht — en er komt een moderne, driedelige verkeerstoren die energieneutraal wordt gebouwd. De brandstofvoorziening wordt aangepast met aandacht voor schonere opties. Ook evenementen en publieksactiviteiten staan op de agenda: open dagen, fly‑ins, nostalgische vliegtuigen en mogelijk een terugkeer van een evenement in de trant van Wings & Wheels. Slomp wil bovendien samenwerkingen met scholen, techniekopleidingen en verenigingen en onderzoekt een droneschool om jongeren te betrekken.
Economisch speelt Hoogeveen in op veranderende omstandigheden in de regionale luchtvaart. Door beperkingen op Lelystad Airport — dat als ‘parkeerplaats’ voor gevechtsvliegtuigen is aangemerkt — zoeken sportvliegers en privévliegtuigen alternatieven, waardoor Hoogeveen aantrekkelijker wordt. Het vliegveld verkoopt niet alleen hangarruimte (de grond wordt gepacht van de gemeente), maar verdient ook aan landingsgelden, horecaverhuur en de verkoop van jaarlijks ongeveer 80.000–100.000 liter brandstof.
Financieel is autonomie belangrijk: het vliegveld draait zonder structurele gemeentelijke subsidie. De laatste gemeentelijke bijdrage was circa zeven jaar geleden voor drainage (ongeveer €25.000). Slomp vroeg ook steun voor de nieuwe toren (ruim €200.000), maar stuitte op een eerder genomen besluit om subsidie te stoppen — een besluit waaraan hij zelf ooit zijn handtekening blijkt te hebben gezet toen hij wethouder was. De jaarlijkse erfpacht voor de grond is inmiddels opgeschroefd naar zo’n €34.000; dat bedrag was tot 2014 absurd laag (slechts €170) en wordt sindsdien elke vijf jaar geïndexeerd.
De geschiedenis van het vliegveld verklaart deels de emotionele lading rond de locatie. Gesticht in de vroege jaren zestig om Hoogeveen als moderne industrieplaats te profileren, kreeg het terrein in 1964 zijn eerste landingen en in 1979 een verlenging tot 1.200 meter — één van de langste grasbanen in de Benelux. Tussen privatisering in de jaren tachtig, politieke controverse (in 2008 debatteerde de VVD openlijk over sluiting) en fysieke tegenslag (een zware storm in juni 2019 beschadigde meerdere hangars en vliegtuigen) heeft het vliegveld veerkracht getoond.
Slomp wil die veerkracht omzetten in zichtbare bedrijvigheid en publieke betrokkenheid: piloten die voor een kop koffie stoppen, gezinnen die op het terras ijs eten en jongeren die de techniek leren. Met vernieuwde infrastructuur, commerciële keuzes en een nadruk op evenementen probeert hij het vliegveld te transformeren van een vergeten buitengebied tot een herkenbare en toegankelijke regionale trekpleister.