Vleierij tegen Trump gaat Europa niet redden
In dit artikel:
Rond de jaarwisseling escaleerden in Iran aanvankelijke protesten tegen economische ontwrichting tot de grootste binnenlandse crisis van het regime in jaren; de harde repressie kostte volgens waarnemers binnen enkele weken duizenden levens. Tegelijk mengde de Amerikaanse president Donald Trump zich nadrukkelijk in het conflict: hij wisselde beloften van vrijheid aan de Iraniërs af met retoriek die erop neerkwam dat Iran — en zelfs “een beschaving” — vernietigd zou kunnen worden. Die verschuiving in taal verontrustte en trof de auteur persoonlijk: als Iraniër maakte hij de pijnlijke ervaring mee dat buitenlandse dreigementen zijn gevoel voor het land veranderden en hem dwongen het onderscheid te maken tussen het Iraanse volk en het regime.
De schrijver beschrijft hoe ballingschap het zicht op Iran vaak versmalt tot repressie en staatsterreur, maar dat Trumps woorden die reflex doorbraken. Iran blijft voor hem meer dan de islamitische republiek: steden als Shiraz en Tabriz, culturele gebruiken, Nowruz, bazaars, familiegraven en een lange beschavingsgeschiedenis in poëzie, architectuur en geleerdheid. De Amerikaanse president sprak niet alleen tegen een regime, maar tegen een volk en een cultuur die de auteur dierbaar zijn geraakt.
De analyse breidt uit naar Europa en de NAVO: Trump ziet bondgenootschappen vooral als drukmiddelen en niet als wederkerige verbanden. Tijdens het conflict beschuldigde hij partners openlijk, noemde de NAVO zwak en dreigde met terugtrekking als landen niet volgden; landen als Frankrijk, Italië en Spanje weigerden ondersteuning of toegang tot luchtruim voor sommige Amerikaanse operaties. Tegen die achtergrond opereert de Nederlandse premier Mark Rutte, die volgens de auteur begrijpelijkerwijs de alliantie bijeen wil houden en daarom terughoudend kritiek op Trump uitte. Maar begrijpelijkheid mag niet versmieren voor kritiek: in een CNN-interview prees Rutte Trumps leiderschap, iets wat volgens de schrijver grenzen normaliseert wanneer leiderschap ook iemand kan worden toegekend die met vernietiging flirt.
De schrijver waarschuwt dat het Europese debat dreigt te versmallen tot discussie over stijl en toon — zoals commentaren die kritiek op Rutte wegwuiven als louter stijlverschil — in plaats van over de morele en politieke grenzen die op het spel staan. Een strategie van paaien en accomodatie werkt bij Trump niet als smeerolie; het vergroot zijn speelruimte. Daarom pleit de auteur ervoor dat Europa Trump niet langer systematisch paaien, maar hem openlijk en principieel tegenspreken, niet alleen uit moreel besef maar uit eigenbelang: Europa moet weer leren harde grenzen te stellen en ze luidop te formuleren. Doet het dat niet, dan verdwijnen niet alleen Iran en zijn bevolking uit het zicht, maar ook de kernwaarden en het zelfbeeld van Europa zelf.