Vlaanderen telt laagste aantal kinderopvangplaatsen in 10 jaar, maar: "De trein is vertrokken"
In dit artikel:
In 2025 daalde het aantal vergunde plaatsen in de Vlaamse kinderopvang licht ten opzichte van 2024, ondanks aanzienlijke investeringen van de Vlaamse regering. Eind 2025 stonden er 92.819 plaatsen verspreid over 5.389 locaties geregistreerd — het laagste niveau in tien jaar. De daling is vooral te wijten aan het massale vertrek van onthaalouders: vorig jaar verdwenen 1.308 plaatsen doordat zij stopten (vaak door pensioen, gezondheidsproblemen of moeilijkheden om nieuwe onthaalouders te vinden). Daarnaast blijken tijdens de coronaperiode en de jaren erna ongeveer 2.500 plaatsen al jaren niet meer in praktijk beschikbaar te zijn, hoewel ze nog in de officiële statistieken voorkwamen.
Onderzoek in opdracht van Opgroeien (uitgevoerd met het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en KU Leuven) wijst uit dat Vlaanderen tegen 2029 circa 11.500 extra opvangplaatsen voor baby’s en peuters jonger dan drie jaar nodig heeft. Ironisch genoeg is er door de sterkere afname van het aantal jonge kinderen in 2025 geen acute verslechtering van de verhouding plaatsen-per-kind: die stijgt licht van 45,66 naar 46,07 plaatsen per 100 kinderen.
Een positieve ontwikkeling is dat opvang jaar na jaar betaalbaarder wordt. In 2025 is 85,4% van de plaatsen inkomensgerelateerd — waarbij ouders betalen volgens inkomen — tegen ongeveer 72,5% tien jaar geleden. De gemiddelde prijs voor een inkomensgerelateerde plek lag in 2025 rond de 18 euro per dag.
Om het tij te keren stelde minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) een pakket maatregelen voor gericht op de gezinsopvang. De Vlaamse Regering heeft middelen vrijgemaakt voor 10.000 extra plaatsen en voorziet jaarlijks 14 miljoen euro extra om lonen van onthaalouders te verbeteren, meer pedagogische ondersteuning te bieden, renovatie- en installatiepremies te verlenen en de sociale bescherming te versterken. Doel is ook om ruimte te creëren voor 900 bijkomende onthaalouders in dienstverband, wat ongeveer 3.600 extra plaatsen zou opleveren.
Verder riep Gennez lokale besturen en opvangorganisatoren op om bijkomende plaatsen te creëren. Van een geplande 4.500 plekken kregen 3.936 aanvragen groen licht; deze moeten er tegen 2029 komen. Al in de eerste vijf maanden van 2026 gingen 1.100 nieuwe plaatsen open, waarvan ongeveer 300 inkomensgerelateerd. Er lopen daarnaast trajecten voor inclusieve en innovatieve opvang (ongeveer 600 plaatsen) en plannen om ongeveer 2.400 vrije-prijsplaatsen om te zetten naar inkomensgerelateerde plekken.
Minister Gennez voorspelt verbetering op korte termijn: ze zegt dat in 2026 meer dan 1.000 plaatsen bijkomen en dat de uitbreidingen al merkbaar zijn: “De trein is vertrokken.” De combinatie van financiële stimulansen, extra plaatsen met inkomenstarief en gerichte wervings- en ondersteuningsmaatregelen moet de komende jaren de capaciteit en aantrekkelijkheid van de gezinsopvang herstellen en uitbreiden.