Vindt de huidige consument de prijs belangrijker dan de kwaliteit?
In dit artikel:
Ik sleepte vijf dozen met felrode metalen archiefkasten drie verdiepingen omhoog — telkens 25 kilo — om mijn huis te ontdoen van rommel en alle oppervlakken leeg en ordelijk te krijgen. Die drang tot netheid noemt de auteur terug te voeren op een kleuterschoollied en op het moment dat hij zichzelf leerde lezen met Donald Duck; orde werd een levenslange reflex. Het ideaal van ‘schone oppervlakken’ keert terug als leidraad voor zijn werkruimte en huishouden.
Tijdens het in elkaar zetten van de kasten stuit hij op een ironisch probleem: alle onderdelen zijn door dezelfde machines gemaakt, maar passen niet hetzelfde. Deurtjes die bij het ene kastje soepel inschuiven, moeten bij het andere met een rubberen hamer worden gedwongen; gaten vallen bij sommige panelen netjes samen en bij andere moet er geboord worden. Dat zet hem op het spoor van een ouder begrip, de ‘maandagauto’ — een auto die van alles mankeert omdat arbeiders na het weekend slordig zouden werken — maar die uitleg werkt niet meer: moderne pers- en lasapparatuur zijn geautomatiseerd en robotisch. Waarom ontstaat die variatie dan toch?
Hij koppelt het probleem aan een bredere maatschappelijke oorzaak: een marktdynamiek waarin lage prijs zwaarder weegt dan duurzaamheid. Producenten leveren goedkope, niet-duurzame massa-artikelen omdat consumenten primair op prijs selecteren; zo circuleert er wereldwijd veel ‘rotzooi’ die weliswaar van een afstand acceptabel oogt maar in detail uit het lood staat. De auteur geeft toe zelf de goedkoopste kastjes te hebben gekozen terwijl robuuste merken zoals Bisley veel langer zouden meegaan — een concreet voorbeeld van de spreekwoordelijke valkuil ‘goedkoop is duurkoop’.
Als tegenbeeld noemt hij de Britse scheikundige Sir Martyn Poliakoff en diens populaire videokanaal: iemand met een carrière in een vak dat orde nastreeft, maar wiens kantoor volgestouwd is met papieren en herinneringen. Dat contrast illustreert dat persoonlijkheid, prioriteiten en tijdsdruk meespelen in hoe we met spullen omgaan.
Tot slot wijst hij op de paradox van aandacht: het idee dat zorg en tijd dingen mooier en blijvender maken, maar dat aandacht duur is en in onze consumptiemaatschappij vaak ontbreekt. De keuze voor goedkoop en snel levert onmiddellijke bevrediging maar leidt tot meer rommel en herhaalde aanschaf, waardoor het opruimideaal steeds weer in gevaar komt.