Vijftig jaar in Amsterdam en nooit in het Van Gogh geweest, da's niet iets om trots op te zijn

maandag, 23 februari 2026 (08:17) - Het Parool

In dit artikel:

Roos Schlikker beschrijft hoe ze, na vijftig jaar in Amsterdam te hebben gewoond, voor het eerst uitgebreid het Van Gogh Museum bezoekt en daar vooral de mensen rond de schilderijen bekijkt: bezoekers, suppoosten en hun kleine, persoonlijke dramas. Geïnspireerd door Patrick Bringleys boek over een bewaker van het Metropolitan Museum – een verhaal over monotone werkdagen, kameraadschap en troost zoeken in een kunstomgeving – let ze extra op wat er achter de stilte van de zalen schuilgaat.

Ze ziet toeristen die gehaast een iconisch werk willen vastleggen, een suppoost die naar haar schoenen staart en misschien simpelweg moe of afgeleid is, en een jonge man die iets tussen lip en tandvlees schuift (waarschijnlijk snus). De colonneer reflecteert op hoe Van Goghs oprechte belangstelling voor gewone mensen ook in het museum terugkomt: de schilder wilde landelijke, ruwe gezichten vangen zonder opsmuk, en zo ziet zij ook de levens van wie het museum draaiende houden.

Schlikker wijst erop dat Van Goghs werk door massaproductie soms banaal is geworden — te vaak gezien op souvenirs — maar dat het dichtbij bekijken van penseelstreken nog altijd kan ontroeren. Haar slotgedachte is dat het museum vol individuele verhalen zit die niet op een koffiemok passen, maar het waard zijn om gezien te worden.