Vijf nieuwe romanschrijvers steken hun hoofd om de deur. De Groene-boekenredactie beoordeelt hun debuut

woensdag, 7 oktober 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Een nieuwe groep romanschrijvers debuteert met zeer uiteenlopende boeken, waarin persoonlijke ervaringen, verlies, geschiedenis en identiteit centraal staan.

In *Pompeius Occo* van Daan Doesborgh staat de historische Amsterdammer Pompeius Occo (1483-1537) centraal, die banden had met de Deense koning Christiaan II. Doesborgh baseert zich nauwgezet op historische bronnen en voert talrijke werkelijk bestaande figuren op, van Isabella van Habsburg tot geestelijken en kunstenaars. Volgens de bespreking is die documentatie indrukwekkend, maar blijven de personages vooral historische zetstukken. De roman biedt een breed overzicht van een tijdperk, maar mist levendigheid, verbeeldingskracht en een duidelijke dramatische kern.

Fabienne Rachmadievs *Berg, spiegelscherf* draait om Laura, een academica uit Amsterdam die terugkeert naar Moskou. Een herinnering aan een vluchtelingenkamp bij Almaty, waar een scherf als spiegel de bergen weerspiegelt, vormt het uitgangspunt. Via meerdere stemmen onderzoekt de roman de geschiedenis van Centraal-Aziatische arbeidsmigranten, ontheemding en het verlies van een thuis. De zoekende, soms archaïsche stijl is intelligent en sfeervol, maar maakt het verhaal ook troebel en moeilijk toegankelijk.

*Stilleven* van Binkie Bloemheuvel volgt een jonge kunsthistorica die haar alledaagse millennialbestaan beschrijft: werk, vriendschappen, verliefdheden en studentenleven. Wanneer haar moeder aan kanker overlijdt, verandert het boek in een verslag van rouw en de poging opnieuw vorm aan het leven te geven. Kunst en schrijven worden een manier om de band met haar moeder voort te zetten. De roman is openhartig, maar benoemt zijn betekenis en ontstaansgeschiedenis zo nadrukkelijk dat weinig aan de lezer wordt overgelaten.

In *De wereld in de man* verwerkt rapper en columnist Massih Hutak zijn voorbereiding op een bokswedstrijd tot een terugblik op zijn jeugd in Amsterdam-Noord. Hij schrijft over zijn Afghaanse vluchtelingenfamilie, de vroege dood van zijn moeder, een getraumatiseerde vader, geweld, seks en de zoektocht naar mannelijkheid. De rauwe vertelstem wordt afgewisseld met ironische, intieme en essayistische passages over onder meer 11 september en de War on Terror. Hoewel Hutak gevoelens soms te nadrukkelijk uitlegt, overtuigen vooral de scènes waarin hij zonder commentaar vertelt over verlies, schaamte en overleven.

Lise Delabies *Millefeuille* beschrijft hoe Leni na een miskraam in een fertiliteitstraject terechtkomt en haar verlangen naar moederschap en schrijverschap ziet botsen met verdriet en lichamelijke uitputting. De tweede persoon en de gedetailleerde beschrijvingen maken de vernederingen en medische handelingen indringend. Het boek biedt herkenning en troost aan lotgenoten, maar kiest vaker voor directe emotie dan voor literaire verbeelding. Ook het vele schrijven-over-schrijven voelt weinig vernieuwend. Toch ontstaat een ingetogen rouwroman met uiteindelijk een hoopvol slot.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp en Johan Derksen fileren Ajax-beleid en wijzen één man aan als hoofdschuldige