Vijf ngo's mogen van VN Noord-Korea helpende hand toesteken
In dit artikel:
Na jaren bijna volledige afsluiting krijgen enkele humanitaire organisaties weer tijdelijk toegang tot Noord-Korea. Vorige maand keurde de VN een reeks uitzonderingen op de sancties goed waarmee een beperkte groep hulporganisaties—onder wie UNICEF, de Wereldgezondheidsorganisatie, het Rode Kruis/Rode Halve Maan, de FAO en de ngo IGNIS—voor maximaal twaalf maanden kleine humanitaire projecten mogen uitvoeren.
De versoepeling komt nadat zowel Washington als Seoel druk uitoefenden; de VS gaf recent groen voor meerdere hulpinitiatieven op aandringen van Zuid-Korea. Het vrijgeven door de VN betreft nu minder projecten dan de VS eerder toestond, dus meer toegangen zijn niet uitgesloten.
De hulp richt zich vooral op medische zorg, voedselvoorziening en waterzuivering. In praktijk blijft uitvoering lastig: sinds de coronapandemie weigert Pyongyang vrijwel alle buitenlandse hulpmedewerkers binnen te laten, en de VN-sancties — ingesteld na Noord-Koreaanse kernproeven vanaf 2006 en sindsdien verscherpt — beperkten al langer wat mogelijk was. Ook eerdere jaren lieten zien dat grensafsluiting door Pjöngjang vaak groter obstakel was dan de sancties zelf.
Ter illustratie: UNICEF meldt vorig jaar voorzieningen voor schoon drinkwater voor ongeveer 23.000 mensen te hebben gefaciliteerd, maar dat gebeurde met zeer beperkte middelen (een symbolische bijdrage van ongeveer 4.200 euro aan goederen). De nieuwste uitzonderingen betekenen dus een beperkte, tijdelijke heropening van humanitaire kanalen, maar de praktische impact blijft onzeker zolang buitenlandse staf niet welkom is en de hulphoeveelheden klein blijven.