Vijf jaar corona-injecties: verborgen hartschade, ooginfarcten en oversterfte
In dit artikel:
Begin 2021 zette Nederland, net als veel andere landen, een grootschalige covidvaccinatiecampagne in gang met mRNA‑vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna en later ook vaccins van AstraZeneca en Janssen. Destijds werd breed gesteld dat de prikken zowel veilig waren als zouden helpen de pandemie snel te beëindigen. Vijf jaar later trekt het artikel een kritische balans: veel aanvankelijke aannames blijken contestabel en nieuw onderzoek bleef op tal van belangrijke vragen hangen.
Wat betreft transmissie en effectiviteit: al snel bleek dat de vaccins de verspreiding van SARS‑CoV‑2 niet effectief blokkeerden. Hooggeplaatste betrokkenen en documenten bevestigden achteraf dat transmissie‑preventie niet de bedoeling noch de testdoelstelling was bij registratiestudies. Ecologische analyses lieten zien dat landen met hoge vaccinatiegraad niet per se lagere besmettingspercentages hadden, en vanaf 2021 waren herhaalde boostercampagnes nodig omdat het initieel gehoopte uitbannen van covid uitbleef.
Over veiligheid rijzen meerdere zorgpunten. In Nederland stroomden bijwerkingmeldingen binnen bij Lareb; het aantal meldingen lag in 2021 vele malen hoger dan verwacht. Tegelijk signaleerden onderzoekers en artsen toen al problemen met stolselvorming en trombose, een fenomeen dat zowel aan infectie als aan vaccinatie werd toegeschreven en waarbij het spike‑eiwit centraal staat in hypothesen over schade aan de binnenbekleding van bloedvaten.
Een opvallend cluster van onderzoeksresultaten beslaat cardiovasculaire en vaatcomplicaties. Een omvangrijke vergelijking uit mei 2023 tussen ruim 700.000 gevaccineerden en een even grote vergelijkingsgroep vond een verdubbeld relatief risico op netvliesocclusie (oogtrombose) bij gevaccineerden; het risico bleef langer zichtbaar bij mRNA‑vaccins. De Amerikaanse cardioloog Peter McCullough interpreteerde dit als bewijs voor langdurige vaatschade bij een aantal ontvangers. Uit Zwitserland komt een actieve studie (Basel) naar voren waarin na een Moderna‑booster bij 2,8 procent van de deelnemers sprake was van objectieve tekenen van myocardiale schade, vaak zonder klachten. Deze bevindingen doorbraken de veronderstelling dat hartschade zelden voorkwam en vooral jonge mannen betrof; in de Basel‑cohort was de meerderheid vrouw en grotendeels symptomatisch stil.
Een ander terugkerend thema is oversterfte. Internationale en nationale cijfers tonen na 2021 verhoogde sterfte boven demografische verwachtingen. Over de oorzaken bestaan uiteenlopende interpretaties: officiële instituten (RIVM, Nivel) publiceerden analyses die een vaccinkleef ontkrachten, terwijl een onafhankelijk door crowdfunding gefinancierd rapport (zomer 2024) concludeerde dat statistische aanwijzingen een causaal verband tussen covid‑vaccinaties en sterfte aannemelijk maken. De overheid ging niet over tot het door de auteurs gevraagde vervolgonderzoek.
De discussie rond mogelijke oncologische gevolgen is nog onbeslist maar prangend. Een recente review in Oncotarget beoordeelde tientallen studies en vond geen harde bewijzen voor een oorzakelijk verband tussen vaccinatie en kanker, maar zag wel aanleiding voor vervolgonderzoek en waarschuwt tegen wegkijken. In het publieke debat circuleerden bovendien beschuldigingen dat Pfizer in de massaproductie andere processen gebruikte dan in de registratiestudie — met minder zuivere zuivering en E. coli‑DNA‑sporen — wat vragen oproept over verschillen tussen getest en daadwerkelijk toegediend product; deze analyses leidden tot controverse en politieke aandacht.
Regulatory context: de EMA gaf vaccins aanvankelijk een voorwaardelijke toelating wegens acute noodsituatie, waarbij aanvullende langetermijngegevens werden verlangd. Pfizer zelf erkende in risicodocumenten dat informatie ontbrak voor onder meer zwangeren, auto‑immuunpatiënten en langdurige veiligheid. Dat voedde kritiek dat politici en sommige wetenschappelijke ambassadeurs te absolute uitspraken deden over veiligheid, terwijl de data beperkt en deels in opbouw waren.
Biologische mechanismen die schade zouden verklaren, richten zich vaak op het spike‑eiwit. Al in 2021 wezen sommige onderzoekers op distributie van vaccinmateriaal naar organen buiten de injectieplaats (op basis van door Pfizer aan Japan geleverde dierdata), en er is sindsdien literatuur die aangeeft dat mRNA en spike‑eiwit in verschillende weefsels kunnen worden aangetroffen. Kleinere studies en klinische casuïstiek melden persisterend spike‑eiwit bij sommige mensen maanden tot meer dan een jaar na vaccinatie; dat leidde tot beschrijvingen van een post‑vaccinaal syndroom en tot oproepen voor onderzoek naar oorzaken en behandeling.
Belangrijk om te benadrukken: veel van de aangeroerde onderzoeksgegevens zijn onderwerp van discussie binnen de wetenschappelijke gemeenschap. Sommige studies zijn observationeel, bevatten potentieel confounders of zijn klein van opzet; anderen zijn nog niet volledig peer‑reviewed. Regulatoire instanties en veel vakgroepen blijven over het algemeen van oordeel dat de vaccins in de acute fase van de pandemie baten hadden op ziekte en ziekenhuisopnames, terwijl critici aandringen op transparanter, onafhankelijk en langlopend onderzoek naar zeldzamere en later optredende bijwerkingen.
De hoofdconclusie van het artikel is dat de stelling “volkomen veilig en effectief” te veel geabstraheerd bleek; vaccinatie heeft onmiskenbaar geholpen tegen ernstige covid‑ziekte, maar er zijn onopgeloste vragen over transmissie, langetermijnrisico’s, oversterfte en zeldzame maar ernstige bijwerkingen. De schrijvers pleiten voor meer onafhankelijk onderzoek, openbaarheid van gegevens en serieuze opvolging van signalen, zodat beleid en individuele risico‑afwegingen beter onderbouwd kunnen worden.