Vijf EU-lidstaten - maar niet België - van plan om centra voor uitgewezen asielzoekers te bouwen in buitenland
In dit artikel:
Vijf EU-landen — Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland — hebben een werkgroep opgericht om te onderzoeken of zij in derde landen (landen buiten de EU) terugkeercentra voor migranten kunnen inrichten. Het idee is dat mensen met een juridisch bindend uitwijzingsbevel die moeilijk uitzetbaar zijn, tijdelijk naar zulke centra worden overgebracht zodat hun definitieve terugkeer naar het herkomstland (of een ander bereid land) beter kan worden georganiseerd. De betrokken ministers willen met dit initiatief een duidelijk signaal afgeven dat terugkeer serieus wordt aangepakt.
Het nieuwe Europese Migratiepact, dat in juni van kracht gaat, biedt juridische ruimte voor dit soort centra, mits de derde landen de universele mensenrechten respecteren. Duitsland en Oostenrijk benadrukken dat er nog geen concrete afspraken met specifieke derde landen zijn gemaakt.
Vorige pogingen van EU- en westerse landen om asielzoekers in derde landen te plaatsen (zoals Italiaanse plannen in Albanië en het controversiële Britse Rwanda-programma) liepen vaak spaak vanwege hoge kosten en juridische bezwaren van rechtbanken. Ook Denemarken had eerder vergelijkbare plannen zonder duurzaam resultaat.
België neemt niet deel aan de huidige werkgroep, wat opvalt omdat de federale regering zelf opties onderzoekt voor opvang of detentie van ongedocumenteerden buiten de landsgrenzen; ministers Verlinden en Van Bossuyt bezochten vorig jaar Kosovo in dat kader. Algemene waarschuwing blijft dat dergelijke constructies politiek gevoelig en juridisch kwetsbaar zijn.