Vier vrienden testten in 12 jaar 100 hamburgers in vijfsterrenhotels, bruine kroegen en louche restaurants in Amsterdam: 'Hoe minder fratsen, hoe beter'
In dit artikel:
Vier vrienden vierden in Café Americain hun honderdste gezamenlijke hamburgertest sinds ze in 2014 begonnen met een gewoonte die uit een meditatievoorbereiding groeide. Robert den Nijs (44), Willem Bos (43), Marijn Braamburg (45) en Lucas Kop (43) komen maandelijks bij elkaar in Amsterdam om telkens dezelfde “signature” burger te bestellen, te proeven en te scoren — een traditie die inmiddels is uitgegroeid tot een top-100 ranglijst.
Het ritueel ontstond toen drie van hen een meditatiecursus volgden en voorafgaand vaak een burger aten. Bos kwam later bij het gezelschap; Kop maintain de administratie in een Excelbestand dat al hun proefavonden vastlegt. De spelregels zijn strak: locaties moeten binnen Amsterdam liggen, reserveren is verplicht, er moet bier te bestellen zijn (dus geen fastfood) en iedereen eet precies dezelfde burger — Bos vraagt alleen soms een versie zonder kaas.
Aanvankelijk noteerden ze aparte subcategorieën (broodje, vlees, toppings), maar het systeem is vereenvoudigd tot één cijfer per persoon, afgerond op kwartpunten. Na het eten geven ze tegelijk hun score via de groepschat; het gemiddelde bepaalt de plaats op de lijst. Hun motto — “De burger komt altijd terecht waar hij thuishoort” — gebruiken ze steevast bij het vaststellen van de rangorde. Een vaste anekdote uit hun beginperiode leverde de term ‘droversdoggen’ op: een situatie waarin iemands beoordeling ver afwijkt van die van de anderen en daarom als ‘oneerlijk’ wordt bestempeld.
In twaalf jaar testten ze burgers in uiteenlopende Amsterdamse settings: vijfsterrenrestaurants, bruine cafés en obscuur ogende tentjes. Favorieten wisselen; lange tijd stond de Goldfinch Brasserie in het Waldorf Astoria bovenaan, maar die positie werd onlangs overgenomen door een smashburger van een kleinere zaak. Hun criteria voor een goede burger zijn weinig poespas, balans tussen broodje, vlees, toppings en saus — liever eenvoud dan franje.
De 100ste editie in Café Americain was meer dan alleen eten: de mannen knipten hun burgers, proefden geconcentreerd en gaven uiteindelijk gemiddeld precies een 7 — genoeg voor plek 70 op hun top-100. De avond illustreert de stoïcijnse kleinschaligheid van hun traditie: geen over-the-top culinaire bespiegelingen, maar gezamenlijke aandacht, soms serieuze discussie over gaarheid of dikte, en ontspanning onder het genot van een biertje.
Wat de serie proeverijen écht bindt, is niet alleen de smaakvergelijking maar de continuïteit in hun vriendschap. Door de jaren heen waren er grote levensgebeurtenissen — relaties, verhuizingen, geboortes en sterfgevallen — en zelfs een proefavond op de dag van Braamburgs moeder’s uitvaart. Soms zijn logistieke keuzes bepalend: twee vrienden reizen uit Den Haag en Utrecht, waardoor avonden korter en eerder zijn geworden. Financieel merkten ze inflatie en een veranderende levensstijl: bonnetjes zijn inmiddels ongeveer verdubbeld.
De groep is vastbesloten door te gaan; Amsterdam biedt nog genoeg burgers om te beoordelen. Een praktische zorg: alleen Kop heeft volledige toegang tot het Excelbestand, een puntje van aandacht mocht er iets met hem gebeuren. Voor nu blijft de burger vooral het officiële excuus om maandelijks samen te komen — de vriendschap zelf is het echte doel.