Vier vragen over de roep om een boycot van het WK voetbal

woensdag, 21 januari 2026 (17:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Een petitie met 100.000 handtekeningen, gestart door televisiemaker Teun van de Keuken, heeft het debat opgerakeld over een mogelijke Oranje-boycot van het WK voetbal volgend jaar in de Verenigde Staten, Mexico en Canada. De discussie kreeg extra urgentie nadat zich in het nieuws de dreiging van een Amerikaanse inval in Groenland voordeed — Groenland is een autonome regio van Denemarken.

Wie uiteindelijk beslist over een boycot is in essentie politiek. De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) heeft herhaaldelijk gezegd dat zij de aanwijzingen van de Nederlandse overheid en van FIFA/UEFA volgt; voorzitter Frank Paauw formuleerde het bondig: "Zolang de politiek geen politiek bedrijft, doen wij ook niet aan politiek." Secretaris‑generaal Gijs de Jong benadrukte in eerder verschenen interviews dat de KNVB binnen de kaders van overheids- en bondsrichtlijnen kiest voor aanwezigheid om via voetbal dialoog en verbinding te zoeken. Bij eerdere omstreden toernooien (Qatar, de aanwijzing van Saudi-Arabië voor 2034) gaf de bond de voorkeur aan aanwezig zijn boven boycotten om zo waarden naar voren te brengen.

Politiek zal waarschijnlijk het nieuwe kabinet moeten beslissen; het huidige demissionaire kabinet lijkt weinig ambitie om zich nu al uit te spreken. Verder spelen internationale instanties en FIFA-beleid mee: als reizen naar of spelen in een regio officieel worden afgekeurd, volgt de bond die beslissing.

Op wereldniveau is de reactie verdeeld. FIFA‑voorzitter Gianni Infantino wordt wereldwijd gezien als een bondgenoot van president Trump en ontving recent de door hem ingestelde FIFA Peace Prize, wat hem kritiek opleverde. In Europa signaleren sommige politici felle reacties: Duitse en Britse parlementariërs stelden dat bij een daadwerkelijke inval Europese landen het toernooi moeten mijden. Frankrijk daarentegen, via sportminister Marina Ferrari, spreekt zich tegen een boycot uit en pleit voor het scheiden van sport en politiek. Denemarken volgt de ontwikkelingen nauw; het nationale elftal kan zich dit voorjaar via play‑offs alsnog plaatsen.

Historisch gezien hebben sportboycots vooral symbolische waarde. Historicus Paul Reef (Radboud Universiteit) wijst erop dat acties zoals de campagne tegen het WK 1978 en de massale boycot van de Olympische Spelen in Moskou (1980) vooral morele steun en reputatieschade opleverden, maar zelden directe beleidsveranderingen afdwingen. Een boycot kan dus prestige aantasten en aandacht genereren, maar concrete lange termijn-effecten op staatsbeleid zijn beperkt.