Vier jaar na de start van invasie: hoe het Russische leger Oekraïne zo kon onderschatten
In dit artikel:
Exact vier jaar na de invasie van Oekraïne heeft het Russische leger nauwelijks blijvende terreinwinst geboekt. Kleine winsten in delen van de Donbas wegen niet op tegen recente verliezen in Zaporizja; de brede doorbraak waarop het Kremlin had gerekend bleef uit.
Op 24 februari 2022 trok Rusland met ongeveer 150.000 soldaten Oekraïne binnen, aangevuld door strijders uit de door Moskou gesteunde zelfverklaarde republieken in het oosten. In het zuiden boekten Russische eenheden vanaf de Krim aanvankelijk snelle vorderingen — mede dankzij lokale pro-Russische steun en mogelijk Oekraïense verwaarlozing van die sector — maar elders stokte de opmars al snel.
Een cruciale reden was het mislukken van de Russische poging om luchtheerschappij te vestigen. Oekraïne had een effectieve, mobiele luchtverdediging en veel manpads in gebruik, plus het vermogen luchtdoelsystemen te verbergen en te verplaatsen. Russische vliegtuigen konden daardoor niet vrij opereren nabij het front, wat de offensieve slagkracht sterk beperkte. Ook gebrekkige pilotenopleiding en slechte planning droegen bij aan dit falen.
Strategische en logistieke fouten speelden eveneens een grote rol. In de eerste dagen raakten Russische pantserkolommen bij Kyiv vast in modder en op verkeerde ondergrond door ongeschikte banden; grote opstoppingen van duizenden voertuigen ontstonden op harde wegen. Deze colonne leed aan tekorten aan brandstof, voedsel, munitie, kaarten en communicatieapparatuur en was slecht toegerust voor het winterweer. Pogingen van speciale eenheden om de luchthaven Hostomel te benutten en Kyiv snel te veroveren mislukten: na harde gevechten trokken Russische troepen zich terug en de opmars naar de hoofdstad strandde — een strategische nederlaag.
Tegelijkertijd bood de Oekraïense respons, civiele steun en leiderschap hands-on voordelen. Pogingen om president Volodymyr Zelensky te ontvoeren of te doden faalden; zijn zichtbare besluit om in Kyiv te blijven versterkte de nationale moraal.
Diepgewortelde institutionele verschillen verklaren waarom Rusland sindsdien geen doorslaggevende overwinningen behaalde: het Russische leger werkt volgens sterk hiërarchische, top-down Sovjettradities waarbij veldofficieren weinig eigen beslissingsvrijheid hebben. Effectief oorlogvoeren vereist nauwe, flexibele coördinatie tussen landmacht, luchtmacht en andere componenten — iets waar het Russische model structureel tekortschiet. Deze combinatie van tactische, logistieke en organisatorische tekortkomingen heeft het Kremlin verhinderd zijn doelen te bereiken.