Knauw voor pensioenopbouw veel Nederlanders door oorlog en rente
In dit artikel:
Drie grote Nederlandse pensioenfondsen die per 1 januari naar het nieuwe pensioenstelsel zijn overgestapt — zorgfonds PFZW, metaalfonds PMT en bpfBOUW — zagen in het eerste kwartaal hun resultaten onder druk komen te staan door de oorlog in het Midden-Oosten en een dalende rente. Die combinatie leidde tot negatieve marktbewegingen in maart en maakte het nu nodig bedrag om toekomstige pensioenen te betalen duurder, terwijl beleggingsrendementen over het kwartaal slechts beperkt positief waren.
PMT rekent op een voorlopige verlaging van ingegane pensioenen met circa 0,4 procent per 1 januari volgend jaar, maar zegt dat die korting mogelijk kan worden voorkomen met een beperkte inzet van de solidariteitsreserve. Het fonds benadrukt dat dit een tussenstand is: de definitieve beslissing over uitkeringen voor 2027 volgt op basis van cijfers per eind september. bpfBOUW meldt voor deelnemers vlak voor pensionering een verwachte daling van ongeveer 2 procent; PFZW waarschuwt dat flinke verhogingen voorlopig niet meer realistisch zijn omdat beleggingsresultaten voortaan over meerdere jaren worden uitgesmeerd.
De effecten zijn sterk leeftijdsgebonden: jongere deelnemers voelen grotere schommelingen omdat zij nog decennia beleggen — bij PMT daalde het opgebouwde pensioen van een 35‑jarige ruim 16 procent in het kwartaal — terwijl 65‑jarigen minder dan 2 procent zagen wegvallen omdat fondsen voor ouderen minder risico nemen.
Kort samengevat: de overgang naar het nieuwe stelsel maakt pensioenuitkeringen gevoeliger voor marktschommelingen; kortetermijneffecten door geopolitieke onrust en lagere rentes kunnen leiden tot bescheiden korting of gebruik van buffers, terwijl de definitieve impact rond september wordt vastgesteld.