Veters los en hakken uit op Keningsdei: Willem-Alexander en Máxima schaatsen in Dokkum
In dit artikel:
Dokkum was dit jaar decor van de eerste Koningsdag die in Friesland plaatsvond; de koninklijke familie bracht het feest op 27 april door in de kleine stad die bekendstaat als keerpunt van de Elfstedentocht. Voor veel Friezen had die keuze extra betekenis: veertig jaar geleden haalde koning Willem-Alexander op precies die plek een stempel tijdens zijn schaatstocht langs de elf steden. Op zijn 59e verjaardag stapte hij opnieuw het ijs op, ditmaal in een rood-wit jack met op de rug de historische schuilnaam W.A. van Buren.
Het programma combineerde feestelijke momenten met Friese tradities. Op de kunstijsbaan – gekoeld met een buizennetwerk – schaatsten de koning en koningin Máxima, die soepel in haar lange jurk ronddraaide. Van de jonge prinsessen durfde alleen Ariane het aan; zij vond met hulp van haar moeder snel grip op het ijs. De route bevatte elf stempelposten; Amalia haalde een stempelkaart uit de binnenzak van haar vader toen dat nodig was. Bij een post ontmoette Willem-Alexander de bijna 100‑jarige Hendrik van der Valk, drager van het Elfstedenkruisje uit 1956.
Friese gebruiken waren prominent aanwezig: de koninklijke bus werd begeleid door acht Friese paarden met oranje sjaals, en na een toespraak van burgemeester Johannes Kramer klonk lokale muziek. Op een podium in de gracht konden leden van de familie zich uitleven met sporten als kaatsen en fierljeppen; prins Constantijn en neef Maurits probeerden het polsstokhoogspringen, maar vielen al snel in het zand of op hun knieën en kregen alsnog applaus. Op het dek van een Fries zeilschip werd een quiz gespeeld over de Friese taal en leefgewoonten; kroonprinses Amalia bleek het beste Fries uit te spreken en won een klein insectenpaleis.
Dokkum (ongeveer 13.000 inwoners) is de kleinste plaats waar Koningsdag ooit werd gevierd; dat leverde intieme taferelen op, met toeschouwers in hoge ramen en mensen langs smalle straten en dakterrassen. Lokale verenigingen presenteerden zich langs de route, terwijl in bolderkarren tekeningen, bloemen en typisch Friese geschenken – van drop en dúmkes tot pantoffels met de Friese vlag en blikjes Wilhelminapepermunt van het Dokkumse Fortuin – werden verzameld en gecontroleerd door beveiligers.
Aan het eind van de dag blikte de koning nostalgisch terug op zijn eerdere Elfstedentocht en zei dat hij graag nog eens zou terugkomen om in Dokkum te schaatsen. Zijn toespraak sloot hij af met een Friese kreet: “Fryslân boppe.”