Verzet en verraad in één familie; de opa van historicus Anton Kos verborg NSB-kopstuk Anton Mussert
In dit artikel:
Medeëvrist Anton Kos (1969) raakte onverwacht verstrikt in zijn familiegeschiedenis toen hij las over „kameraad Gooijer” in Roxane van Iperens 't Hooge Nest. Dat leidde tot zijn boek De hooiberg van Mussert, waarin hij onderzoekt hoe zijn overgrootvader Gijsbert Gooijer in mei 1940 betrokken raakte bij de onderduik van NSB-leider Anton Mussert in Huizen. In werkelijkheid verstopte Gooijer Mussert aanvankelijk in een achtertuinloopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog en haalde hem later in huis; het beeld dat Mussert zich in een hooiberg verstopte is een verzinsel van tegenstanders en van een kinderachtig NSB-boekje van Nicolaas Went dat het verhaal verzon en vervolgens onbedoeld tot spot leidde.
Kos legt ook de familiale tegenstellingen bloot: Gouijer was een vroege NSB’er, maar twee van zijn vier kinderen boden onderdak aan Joden, terwijl de twee jongsten “fout” waren — de jongste zoon ging naar de Waffen-SS en de jongste dochter werkte vrijwillig in een Duits dwangarbeiderskamp. Op Dolle Dinsdag (5 september 1944) vluchtte Gooijer met zijn Duitse tweede vrouw naar Duitsland, begon daar een bloemenhandel en slaagde erin bij de geallieerden aan te tonen dat hij geen nazi-aktieve was; hij werd na de oorlog niet berecht en keerde later terug, waarna er binnen de familie verzoening plaatsvond.
Kos waarschuwt tegen simplistische oordelen over plaatsen als Huizen: van ongeveer 9.500 inwoners waren circa 200 NSB’ers, wat enerzijds niet massaal is maar toch significant. Een onderduiker in de familie, Leo Vis, gaf volgens Kos de kernreden van hulp: “Omdat ze Joden als mensen zagen.” Het boek combineert onderzoek naar lokale bronnen met persoonlijke familiegeschiedenis en corrigeert mythes rond Musserts onderduik.