„Verwekken wij het volk Israël nog wel tot jaloersheid?"
In dit artikel:
Ds. A.A. Egas (emeritus, Urk) en ds. S.W. Janse (Rijssen) hielden afzonderlijke overdenkingen rond teksten uit Hosea, met een nadruk op Gods toekomst voor Israël en de levensvernieuwing die God schenkt. Egas begon bij Hosea 3 en haalde een negentiende-eeuwse oefenaar, Wulfert Floor (1818–1876) uit Driebergen, aan: Floor ging ervan uit dat de Joden in de laatste dagen tot Christus zullen terugkeren. Vanuit die traditie – die zich verzette tegen vervangingstheologie – benadrukte Egas dat veel gereformeerde voorgaanden onafgemaakte oudtestamentische beloften voor Israël verwachtten. Hij riep toe tot gebed om de vervulling van die beloften en vroeg de kerkgangers na te gaan of hun gemeente Israël nog tot jaloersheid wekt door leven en getuigenis.
Janse nam Hosea 14:6 als uitgangspunt en werkte het beeld van dauw uit tot vier lessen. Ten eerste: dauw komt van boven, dus verwachting voor Israël en de kerk is een gave van God. Ten tweede: dauw brengt leven, een teken dat God nieuw leven kan geven ook aan kerkelijk en persoonlijk dorre plekken — hoop voor kinderen en catechisanten. Ten derde: dauw valt stil, waarmee Janse bedoelde dat Gods werk vaak onopvallend begint maar vrucht voortbrengt (vergelijkbaar met de stille werking van de Pinkstergeest). Ten slotte wees hij op de morgen en daarmee op de jeugd: de dauw valt vooral vroeg; nu is de tijd om open te staan voor de hemelse Bruidegom.
Beide sprekers koppelden Bijbelse verwachting aan concrete oproepen: bidden om een opwekking, persoonlijke bezinning op geloofsvruchten en aandacht voor de positie en toekomst van het volk Israël in de kerkelijke overtuiging.