Verwart 'de gemiddelde lezer' een komma met een dubbele punt? Dat moet het gerechtshof bepalen
In dit artikel:
Een ogenschijnlijk klein taalkundig geschil ligt sinds donderdag bij het gerechtshof in Amsterdam: het verschil tussen een komma en een dubbele punt in een column van Nausicaa Marbe in De Telegraaf bepaalt of de Federatie Islamitische Organisaties (FIO) onterecht met Hamas wordt verbonden — en daarmee raakt het de vrijheid van de pers.
De kwestie begon meer dan een jaar geleden toen Marbe in De Telegraaf schreef over een pro-Palestijnse demonstratie en daarbij een passage gebruikte waarin “door aan Hamas gelieerde organisaties, Milli Görus en de moskeekoepel FIO” werden genoemd. FIO, een samenwerkingsverband van 25 Haagse moskeeën, vond daarmee onterecht te zijn aangeduid als gelieerd aan Hamas en eiste een rectificatie. De krant stelt dat de zin grammaticaal ook anders gelezen had kunnen worden als er een dubbele punt was gebruikt — dan zou het om een opsomming gaan — maar met de gebruikte komma lijkt de krant volgens haar lezing te zeggen dat FIO samen met organisaties die aan Hamas gelieerd zijn de demonstratie organiseerde.
In een kort geding vorig jaar concludeerde de rechter dat de strikte taalkundige uitleg van De Telegraaf “op zich juist” was, maar dat de gemiddelde lezer het subtiele verschil tussen komma en dubbele punt waarschijnlijk niet meteen ziet. Omdat die lezing, mede door een tussenkop over “Wensen Hamas-supporters”, ertoe zou kunnen leiden dat FIO als Hamas-gelieerd wordt gezien, werd De Telegraaf veroordeeld tot een rechterlijk voorgeschreven nadere uitleg: de betreffende zin was ongelukkig geformuleerd en had niet tot doel FIO te bestempelen als aan Hamas gelieerd.
Die uitspraak — door critici snel het “kommavonnis” genoemd — leidde tot verdeeldheid onder taalkundigen en verontwaardiging bij journalistenorganisaties. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en De Telegraaf voerden donderdag in hoger beroep aan dat een rechter niet op de stoel van de eindredacteur mag gaan zitten en dat een bevestiging van het eerdere vonnis een verstikkend precedent zou scheppen voor de persvrijheid. FIO eist juist een volledige rectificatie, inclusief een voorpagina en berichtgeving op sociale media, omdat de affaire hun reputatie en persoonlijke levens raakt.
Het hof probeerde partijen te bewegen tot een schikking en hintte op een mogelijk arrest dat zowel de vrijheid van meningsuiting van columnisten beschermt als FIO tegemoetkomt. De uitspraak laat nog op zich wachten; die wordt niet eerder dan 21 april verwacht.