Verwaarlozing honden en katten ernstiger: dierenartsen maken zich zorgen

donderdag, 7 mei 2026 (17:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Inspecteurs van de Landelijke Inspectie Dierenwelzijn (LID) signaleren dat verwaarlozing van honden en katten in ernst is toegenomen: in 2025 lagen het aantal meldingen voor honden (ruim 2.500) en katten (ruim 2.100) op hetzelfde niveau als eerdere jaren, maar de casussen die binnenkomen zijn zwaarder. Waar in 2023–2024 veel meldingen vooral om relatief milde problemen gingen — te lange nagels of vervilte vachten — treffen inspecteurs nu vaker magerde, zieke dieren die duidelijke veterinaire zorg nodig hebben maar die die zorg niet krijgen.

De oorzaken zijn meervoudig. Tijdens de coronapandemie ging een groot aantal mensen een huisdier houden; sindsdien zijn de kosten van verzorging en medische behandelingen gestegen. Volgens LID-woordvoerder Jelko de Ruijter leidt dat er bij eigenaars met weinig inkomen toe dat ze behandelingen laten zitten. Dierenartsen bevestigen dat financiële drempels een belangrijke rol spelen: een paar tientjes kan voor sommige baasjes genoeg zijn om een behandeling niet te laten uitvoeren of te kiezen voor inslapen. Huisdieren worden vaak pas in een vergevorderd stadium door derden aangeboden — na meldingen van buren of door de dierenambulance — zodat dierenartsen regelmatig met ernstige nalatigheid worden geconfronteerd.

Dierenarts Elwin van Oldenborgh (praktijk in Gouda) zegt dat hij incidenteel licht verwaarloosde dieren ziet, zoals katten met artrose en vervilte vachten door overgewicht en onzorg. In ernstiger gevallen, zoals appartementen met veel niet-gecastreerde dieren (soms tien katten in één woning) of katten die tussen hun eigen uitwerpselen leven zonder drinkwater, grijpt de Dierenbescherming of de dierenambulance in en komen de dieren voor controle bij dierenartsen terecht. Dierenartsen hebben hun meldingsbereidheid vergroot — recent deden zij ruim driehonderd meldingen tegenover zo'n honderd in een eerder jaar — wat volgens De Ruijter ook weerspiegelt dat behandelplannen vaak stranden door betaalproblemen.

Van Oldenborgh wijst erop dat er vaak goedbedoelde eigenaren zijn die onwetend zijn over signalen van pijn bij dieren en dat er soms goedkoper behandelalternatieven mogelijk zijn. De kernvraag blijft echter hoe maatschappelijke en financiële steun voor diereigenaren verbeterd kan worden om ernstige verwaarlozing te voorkomen.