Vertrouwen in politici en Tweede Kamer op dieptepunt

dinsdag, 12 mei 2026 (07:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Het vertrouwen van Nederlanders in politiek Den Haag bereikte in 2025 het laagste niveau sinds het CBS in 2012 begon met de meting Sociale samenhang en welzijn. Uit de peiling onder circa 7.600 15-plussers blijkt dat ruim een vijfde vertrouwen heeft in politici; ongeveer een kwart heeft vertrouwen in de Tweede Kamer. Tot 2020 steeg het positieve oordeel over politici tot bijna 40 procent, maar sinds het uitbreken van de coronapandemie daalt dat aandeel vrijwel elk jaar (met uitzondering van 2024). Voor de Tweede Kamer geldt een vergelijkbare terugval: in 2020 stond meer dan de helft positief tegenover het parlement; sindsdien is dat gedaald. Desondanks beoordeelt Nederland zijn politieke instituties nog relatief gunstig vergeleken met andere Europese landen.

Leeftijd speelt een rol: jongeren (15–25) vertrouwen politieke organen het meest, 65–75‑jarigen het minst. CBS-hoofsocioloog Tanja Traag wijst erop dat verschillen in politieke ervaring bijdragen aan deze variatie: jongeren hebben minder historische gebeurtenissen meegemaakt die hun oordeel kleuren, ouderen juist wel. Tegelijkertijd groeit het vertrouwen in lokaal bestuur: de gemeenteraad wordt sinds 2022 elk jaar positiever beoordeeld en scoort bijna 55 procent positief in 2025. Ambtenaren en de Europese Unie krijgen van ongeveer de helft van de bevolking positieve waarderingen. Regionaal zijn de bindmiddelen het zwakst in het noordoosten; in de randstad is de waardering met circa 45 procent hoger.