Dieptepunt in vertrouwen: laagste cijfers voor Kamer en politici sinds 2012
In dit artikel:
Het CBS stelt vast dat het vertrouwen van Nederlanders in politici sterk is teruggelopen: vorig jaar gaf 21% van de vijftienplussers aan 'heel veel' of 'tamelijk veel' vertrouwen te hebben, tegenover ongeveer 40% vóór 2020. Na het uitbreken van de coronapandemie steeg het vertrouwen tijdelijk, maar het daalde daarna elk jaar (met uitzondering van 2024). Ook het vertrouwen in de Tweede Kamer kromp: bijna 25% van de vijftienplussers had daar vorig jaar vertrouwen, tegen ruim 36% in 2012.
Tegelijkertijd is het vertrouwen in sommige andere instituties juist toegenomen sinds 2022. Ongeveer de helft van de bevolking staat nu positief tegenover de Europese Unie, ambtenaren en de gemeenteraad; bij ambtenaren lag dat aandeel in 2022 nog rond de 42%. Leeftijd speelt een rol: jongeren (15–25 jaar) vertrouwen politieke instanties het meest, ouderen tussen 65 en 75 jaar het minst; het vertrouwen neemt iets toe bij 75-plussers. Hoofdeconoom Traag wijst erop dat ervaring met politieke tegenslagen oudere groepen mogelijk sceptischer maakt, terwijl jongeren minder politieke geschiedenis hebben om hun oordeel op te baseren.
Regionaal bestaan grote verschillen: het noordoosten scoort het laagst (gemiddeld circa een derde positief over 2016–2025), waar de randstad-regio’s rond de 45% blijven. De dalende lijn en regionale en leeftijdsverschillen wijzen op zorgpunten voor de legitimiteit van het politieke systeem.