Vertrouwelijk gesprek tussen Martin Bosma en Khadija Arib ontaardt in botsing: 'Stond in het teken van afwijzing'
In dit artikel:
Een vertrouwelijk gesprek tussen Kamervoorzitter Martin Bosma (PVV) en oud-voorzitter Khadija Arib is op 12 september geëscaleerd in een open conflict over de afhandeling van de zogenaamde zaak-Arib. Bosma schrijft in een Kamerbrief dat hij met Arib sprak om de kwestie op een fatsoenlijke manier te regelen, maar dat dat overleg niets heeft opgeleverd. Arib reageert tegenover De Telegraaf dat Bosma’s weergave onjuist is: volgens haar gaf Bosma vanaf het begin aan geen mandaat te hebben en dat het Presidium expliciet had gezegd de motie niet uit te voeren, waardoor het gesprek volgens haar al bij voorbaat was vastgelopen.
De controverse draait om een intern feitenonderzoek uit 2022 naar vermeend grensoverschrijdend gedrag, dat werd gestart naar aanleiding van twee anonieme brieven en zonder dat Arib vooraf geïnformeerd zou zijn. De Kamer nam deze zomer een motie aan die om genoegdoening vroeg; Arib stapte naar de rechter en is in hoger beroep. Onderzoek van de Rijksrecherche wees uit dat toenmalig Kamervoorzitter Vera Bergkamp (D66) mogelijk een dubieuze rol speelde, onder meer door informatie te verwijderen. Het Openbaar Ministerie noemt in een lopende zaak tegen een ambtenaar die mogelijk lekte veel onduidelijkheden over wat er precies gebeurd is.
Bosma meldt dat een groep Kamerleden werkt aan een openbare rapportage over hoe het onderzoek tot stand kwam, wie erbij betrokken waren en hoe vertrouwelijke informatie kon uitlekken. Het Presidium wil die rapportage en het hoger beroep afwachten voordat er eventueel opnieuw met Arib wordt gesproken. Een Kamermeerderheid wil echter niet wachten en dringt aan op een nieuw onderzoek om volledig helderheid te krijgen; Bosma kreeg de opdracht opties voor vervolgonderzoek in kaart te brengen.