Toekomst van Glory onzeker door vertrek Verhoeven? CEO kent geen enkele twijfel
In dit artikel:
Rico Verhoeven, het boegbeeld van kickboksorganisatie Glory, heeft zich teruggetrokken en verkent een overstap naar de UFC. Zijn vertrek zet een vraagteken bij de toekomst van Glory: sinds de oprichting in 2012 draait de organisatie geen winst en de grote tekorten worden al jaren aangevuld door de Franse eigenaar Pierre Andurand. Met het wegbreken van de belangrijkste publiekstrekker ontstaat onzekerheid over of die financiering en het publiek op langere termijn behouden blijven.
Glory-CEO Marshall Zelaznik, die sinds maart 2024 aan het roer staat, probeert die zorgen te sussen. Hij noemt het vertrek van Verhoeven een "win-winsituatie" en zegt dat de organisatie "er heel goed voor staat". Zelaznik erkent wel dat Glory vaak van koers is veranderd: in dertien jaar zou naar zijn zeggen al zo'n acht keer een nieuwe CEO zijn gekomen. Die onrust, plus een moeizame organisatie en trage procedures, vormden ook pijntjes voor Verhoeven en andere vechters.
Verhoeven zelf gaf aan dat zijn vertrek ruimte creëert voor zowel zijn eigen loopbaankeuzes als voor de ontwikkeling van nieuw talent binnen Glory; hij moet niet meer hoeven plannen rond verplichtingen aan de organisatie en Glory kan meer jonge vechters laten doorbreken. Tegelijk gingen andere toppers in de hogere gewichtsklassen — zoals Levi Rigters en Jamal Ben Saddik — ook al serieus nadenken over een lucratieve omschakeling naar MMA. Tyjani Beztati maakte die stap naar MMA al daadwerkelijk.
Het afgelopen jaar verliep stroef: een promotiegevecht in Miami om de Amerikaanse markt aan te boren mislukte en het jubileumevenement Glory100 werd teruggeschroefd van twee naar één dag vanwege tegenvallende kaartverkoop. Zelaznik benadrukt dat ticketverkoop gemiddeld beter is dan ooit en dat inkomsten stijgen, maar grote stadions vol krijgen lukt nog niet. Voor het eindejaarsevenement op 13 december in Arnhem verwacht Glory zo’n tienduizend betalende toeschouwers, terwijl het Gelredome ruim twintigduizend plaatsen biedt — een indicatie dat stadionshows op groot formaat voorlopig onrealistisch zijn.
Zelaznik zegt dat Andurand betrokken blijft, dat er een sterk bestuur is en dat men werkt aan nieuwe sponsordeals en mediapartners. De directie zegt geen afscheid van de markt te nemen en richt zich op zalen van vijf- tot tienduizend toeschouwers als haalbare ambitie. De kernvraag blijft echter: kan Glory zonder zijn icoon en met aanhoudende operationele en financiële uitdagingen haar positie in de vechtsport behouden en nieuw publiek aanboren?