Versterk Europa vooral via NAVO en coalities, niet via EU
In dit artikel:
Diederik van Dijk (Tweede Kamer) en Bert‑Jan Ruissen (Europarlement) van de SGP betogen dat Europese defensie niet gebaat is bij een nieuw EU‑leger of het afschaffen van het unanimiteitsrecht in buitenlands beleid. Ze plaatsen hun pleidooi in de huidige context: Rusland voert al jaren oorlog tegen Oekraïne, de trans‑Atlantische zekerheid staat onder druk door onvoorspelbaarheid vanuit Washington en politieke voorstellen in Brussel en Parijs (onder meer van Macron en EU‑defensievoorstellen) roepen discussie op over de toekomst van Europa’s veiligheid.
De kern van hun argument is praktisch: de EU‑structuur is niet ingericht op snelle, eenduidige besluitvorming in crisistijd. Besluiten in Brussel vereisen instemming van alle 27 lidstaten, waardoor blokkades en vertragingen optreden — recentelijk zichtbaar bij landen als Hongarije en Slowakije. Daardoor, stellen zij, kan de EU zich niet adequaat en tijdig op oorlogssituaties voorbereiden.
Als alternatief benadrukt de SGP de meer operationele en flexibele opzet van de NAVO. Die alliantie beschikt over bestaande commandocentra en draaiboeken voor collectieve verdediging, en combineert gezamenlijke slagkracht met nationale beslissingsvrijheid over inzet en middelen. Bovendien vergroot samenwerking binnen de NAVO de beschikbaarheid van capaciteiten door partners als het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada, Turkije en Noorwegen, en door nauwere banden met landen als Zuid‑Korea, Japan en Australië. Ook Israël wordt genoemd als belangrijke partner voor defensietechnologie en terrorismebestrijding.
In plaats van een EU‑leger pleiten de auteurs voor coalities van bereidwillige landen die onder NAVO‑vlag opereren waar mogelijk, en daarbuiten in bredere samenstellingen waar nodig. Als voorbeelden van zulke flexibele samenwerkingen noemen ze de Joint Expeditionary Force (door het VK geleid) en het European Sky Shield Initiative (onder Duits‑Fins leiderschap), waarin Nederland participeert. Zulke verbanden maken regionale verantwoordelijkheid en snelle inzet mogelijk zonder centrale coördinatie vanuit Brussel.
De SGP erkent dat Europa zijn militaire paraatheid moet versterken — onder meer omdat de VS bij crises elders (bijvoorbeeld in Azië) troepen zouden kunnen verplaatsen, wat Europa tijdelijk kwetsbaar zou maken — maar ziet dat versterken bij voorkeur binnen bestaande NAVO‑structuren en via aanvullende coalities gebeuren. Tegelijk wijzen de auteurs op concrete rollen die de EU wél kan vervullen: het wegnemen van logistieke obstakels (militaire mobiliteit binnen Europa) en het stimuleren van Europese defensie‑industrie door coördinatie van grote orders en standaardisering.
Hun conclusie: experimenten met een EU‑leger of het centraliseren van buitenlandse besluitvorming brengen onnodige risico’s mee; Europa is beter af met een mix van NAVO‑gebaseerde collectieve verdediging, flexibele coalities en een EU die zich concentreert op logistieke en industriële ondersteuning.