Verras je vrienden met deze klassieke muziekfeiten

maandag, 29 december 2026 (17:11) - AVROTROS

In dit artikel:

Volgende keer Maestro kijken? Met deze weetjes maak je indruk bij vrienden of familie.

Noem een klassiek werk geen „nummer” of „liedje”: gebruik woorden als stuk, compositie, werk of—als je wilt laten zien dat je het woordenschat kent—opus.
De term blazers omvat zowel hout- als koperblazers; op het podium zitten zij doorgaans midden, achter de strijkers. Tot deze groep behoren dwarsfluit, hobo, fagot, klarinet, hoorn, trombone, trompet en tuba.

Als het orkest al op het podium zit vóór aanvang, hoor je musici vaak al lange tonen of hun partij oefenen — dat heet inspelen. Wanneer de dirigent binnenkomt, staat het ensemble op ter begroeting; de dirigent schudt vervolgens meestal de hand van de concertmeester (de leider van de eerste violen en belangrijkste speler) en dan begint het concert. Na de pauze blijft het orkest doorgaans zitten als de dirigent terugkomt.

Het orkest stemt gewoonlijk op de hobo omdat die een goed hoorbare, doordringende A-toon levert. De hoboïst stelt eerst zijn A af (vaak op een stemapparaat) en staat dan zodat de rest kan afstemmen. Is er een piano in het orkest of als soloinstrument aanwezig, dan stemmen de muzikanten op de piano omdat die niet zomaar tussendoor opnieuw kan worden gestemd.

Let op achternaamverwarring: met ‘Strauss’ worden meerdere componisten bedoeld. Richard Strauss is bekend om symfonische gedichten en opera’s; Johann Strauss II beroemd om walsen en polka’s. Vraag dus even naar wie precies bedoeld wordt als iemand ‘Strauss’ noemt.

Maestro is te zien elke zondag om 20.25 uur op NPO 1.