Verpreutsing leidt in Zoetermeer tot ophef over de grootste sauna van Europa
In dit artikel:
In Zoetermeer barst commotie los rond Sweet Lake Wellness, dat zichzelf profileert als het grootste en meest luxueuze wellnesscentrum van Europa. De kritiek spitst zich toe op twee punten: de hoge entreeprijs van circa €65 en de strikte regel dat badkleding verboden is — bezoekers moeten naakt verblijven. Tegenstanders koppelen die twee zaken aan elkaar; zij vinden het ongepast om zo veel te betalen voor een situatie die sommigen als ongemakkelijk ervaren.
De schrijver van het stuk relativeert die verontwaardiging. Hoge toegangsprijzen zijn geen nieuw fenomeen in sauna’s en wellnesscentra: verwarmingsverbruik, exploitatiekosten en extra diensten (massages, behandelingen) duwen de rekening snel omhoog. Ter vergelijking worden culturele uitgaven (concerten, musicals) genoemd om te laten zien dat een flinke toegangsprijs op zichzelf niet uitzonderlijk is. Bovendien wijst hij op de trend dat steeds meer instellingen badpakdagen en vrouwentijden invoeren naar aanleiding van publiekswensen; Sweet Lake kiest er voorlopig bewust voor om juist géén badkleding toe te staan.
De onderliggende reden voor dat verbod is volgens voorstanders praktisch: collectieve naaktheid zou deseksualiserend werken en ongewenste intimiteiten juist verminderen. Wie naakt is tussen anderen raakt eerder gewend aan normale, onvolmaakte lichamen en voelt minder schaamte of voyeuristische prikkels. Ook architect Jacco Poleij van het complex stelt dat zwemkleding juist aanleiding kan geven tot problemen met ongewenste intimiteiten, zeker bij binnenkomende groepen jonge mannen. De auteur haalt de Nederlandse naturistische traditie aan — naar eigen zeggen zo’n twee miljoen naturisten — als steun voor de stelling dat naaktheid sociale gelijkheid en veiligheid kan bevorderen.
Tegelijk hekelt de schrijver de reactie op Sweet Lake als een teken van toenemende besmuiktheid en een terugkeer naar Victoriaanse moraliteit; hij vergelijkt de kritiek met thema’s uit Herman Heijermans’ Kamertjeszonde (1903). Tot slot wordt het standpunt geplaatst naast andere actuele dossiers die volgens de auteur publieke aandacht behoeven, zoals het toeslagenschandaal en de Groningse gaskwestie.