Verplichte verzekering arbeidsongeschiktheid zzp'ers stap dichterbij
In dit artikel:
Het kabinet heeft het wetsvoorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen klaargemaakt; de Tweede Kamer zal het voorstel nu behandelen. Als beide kamers instemmen, kan de regeling op zijn vroegst in 2030 ingaan. De maatregel is een uitvloeisel van het Pensioenakkoord van 2019 en betreft een basisverzekering voor alle zelfstandigen, inclusief zzp’ers met en zonder personeel, met uitzondering van wie al verzekerd is en directeur-grootaandeelhouders.
De premie is vastgesteld op 5,4% van de winst, met een maximum van €171 per maand en jaarlijkse indexatie voor inflatie — volgens minister Aartsen “een zo laag mogelijke premie”. In ruil hiervoor ontvangt een verzekerde bij langdurige arbeidsongeschiktheid maximaal het wettelijk minimumloon tot de AOW-leeftijd. Wel geldt een wachttijd van twee jaar; inkomensverlies in die periode moet de zelfstandige zelf opvangen.
De regering motiveert de verplichting als versterking van het sociaal vangnet: momenteel is ongeveer driekwart van de zelfstandigen niet verzekerd, vaak door de kosten of vanwege leeftijd/gezondheid. Tegelijkertijd luidt de Raad van State stevige kritiek: hij gaf het wetsvoorstel een C-oordeel en waarschuwt voor uitvoeringsproblemen bij Belastingdienst en UWV. De Belastingdienst kan de inning naar verwachting pas vanaf 2030 oppakken, en het UWV voorziet grote tekorten aan keuringsdeskundigen — een opgebouwde wachtlijst die volgens eigen prognoses van circa 100.000 in 2027 naar 200.000 in 2030 kan groeien. De Raad adviseerde bovendien de invoering te koppelen aan vereenvoudiging van het stelsel voor werknemers; die koppeling is door de regering niet overgenomen.
Parallel werkt het ministerie aan een Zelfstandigenwet die het onderscheid tussen echte zelfstandigen en schijnzelfstandigen moet verduidelijken; het afsluiten van een aov is in eerdere plannen voorgesteld als voorwaarde voor erkenning als zzp’er.