Verlies je niet in sprookjes en wensdromen over Iran

zondag, 1 maart 2026 (22:23) - Joop

In dit artikel:

De recente liquidatie van ayatollah Khamenei en enkele naaste medewerkers heeft in vooral rechtse kringen veel optimisme losgemaakt: sommigen verwachten dat het Iraanse volk nu opstaat en een democratie installeert, mogelijk onder leiding van Reza Pahlevi, zoon van de in 1979 verdreven sjah. Daarbij duiken meteen romantiserende beelden op van langdurige vriendschap tussen Joden en Perzen, met een herinterpretatie van het bijbelboek Ester en het feest Poerim als historische voorganger van actuele gebeurtenissen.

Het artikel werkt de vergelijking met het boek Ester uit: de intrige rond koningin Ester, de machtsovername van Haman, het dreigende uitroeien van de Joden en de uiteindelijke redding door Ester en Mordechai. Die Bijbelse verhaallijn wordt door sommige commentatoren — waaronder oud-ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers — aangehaald om parallellen te trekken met Israëlische acties tegen Iran en de timing rond Poerim. De auteur betwijfelt echter dat religieuze feestdata de werkelijke reden voor de timing waren; volgens hem bepaalden inlichtingen en operationele kansen wanneer de aanslag kon plaatsvinden, niet het liturgische schema.

De schrijver waarschuwt ook tegen simplistische verbeeldingen van een warme band tussen Iraanse bevolking en Joden. Historisch is Iran geen eenduidig tolerant land geweest: er zijn voorbeelden van vervolging en het beeld van een eeuwigdurende vriendschap wordt door critici verworpen. Bovendien is Iran etnisch en sociaal zeer heterogeen — bijna veertig procent is niet-Perzisch (Koerden, Turkmenen, Beloetsji, Arabieren) — waardoor verschillende belangen en verlangens na een machtswisseling naar voren zullen komen.

Concrete actuele problemen illustreren dat tolerantie geen vanzelfsprekendheid is: onlangs verdwenen ruim anderhalf miljoen Afghaanse migranten uit het land en werden ze aan de grens gezet; gevangeniszaken zoals die van Nobelprijswinnaar Narges Mohammedi tonen repressie. Ook ontbreekt er nu geen duidelijke, gecoördineerde oppositiebeweging — noch binnen Iran, noch georganiseerd vanuit het buitenland — die onmiddellijk een stabiel democratisch alternatief kan borgen. Reza Pahlevi probeert zich als troonpretendent en redder te presenteren, maar hij lijkt weinig massa-ondersteuning te hebben en draagt de last van de reputatie van zijn vader en grootvader (Savak en autoritair bestuur).

De kernboodschap is realistischer dan euforisch: het omverwerpen van het huidige regime zou wereldwijd van belang zijn, maar dat garandeert niet automatisch vrijheid of democratie. Wensdenken kan leiden tot teleurstelling, met Irak als voorbeeld van hoe regimewisselingen niet zonder nalatigheden en chaos verlopen. De auteur raadt aan dieper naar de historische en sociale context te kijken — lees bijvoorbeeld het volledige boek Ester — en benadrukt dat binnenlandse dossiers in Nederland (toeslagenschandaal, Groninger gasproblematiek en compensaties voor nieuwe winningsvergunningen in Friesland) niet naar de achtergrond mogen verdwijnen terwijl het internationale nieuws zich ontwikkelt.

Tot slot wijst het artikel op de actuele datum van Poerim (2 maart) die in sommige analyses wordt genoemd, maar plaatst dat in een bredere, kritischere context van politiek, geschiedenis en realpolitik.