Verhuurders willen van hun woningen af, maar huurders zijn niet vogelvrij
In dit artikel:
Het afgelopen jaar zijn recordaantal huurwoningen in Nederland verkocht, doordat de Wet betaalbare huur (ingegaan vorig jaar) harde grenzen stelt aan huurverhogingen en sommige verhuurders daardoor minder rendement zien. Volgens het Kadaster steeg de verkoop van appartementen met bijna 25% ten opzichte van het jaar ervoor. Die verkooptendens zet huurders onder druk op een krappe woningmarkt, maar zij hebben sterke rechtsbescherming.
De hoofdregel is dat een verkoop de huurovereenkomst niet automatisch beëindigt ("koop breekt geen huur"): een koper neemt doorgaans de huurder over. Alleen bij dringend eigen gebruik — bijvoorbeeld wanneer de nieuwe eigenaar zelf wil gaan wonen, de woning gesloopt of ingrijpend gerenoveerd wordt, of wanneer de woning een bestemming krijgt voor een specifieke doelgroep (studenten, ouderen, mensen met een beperking) — kan de huurder daadwerkelijk worden uitgezet. Een opzeggingsprocedure moet wel door de verhuurder worden gevolgd; in de praktijk vragen verhuurders bijvoorbeeld vaak jaarlijks om studie-inschrijvingsbewijs bij studentenhuizen.
Verhuurders die proberen huurders te laten vertrekken gebruiken soms drukmiddelen, zoals het achterwege laten van onderhoud. Huurders die dit ervaren kunnen naar de Huurcommissie of juridisch advies zoeken. Kleine klusjes en gebruiksonderhoud liggen veelal bij de huurder; ernstige gebreken (schimmel in muren, lekkages, onvoldoende verwarming) zijn meestal voor de verhuurder en kunnen aanleiding geven tot huurverlaging. Bij vocht- en schimmelproblemen speelt soms ook huishoudelijk gedrag een rol, wat de aansprakelijkheid kan compliceren.
Daarnaast geldt sinds 1 juli 2023 de Wet goed verhuurderschap, die huurders beschermt tegen misstanden, discriminatie en intimidatie; klachten kunnen bij het gemeentelijke meldpunt worden ingediend. Op sites als gebrekencheck.nl staat precies wat onder huurder- of verhuurdersverantwoordelijkheid valt.