Verguisde Hugo de Jonge krijgt ook uit refokring steunbetuigingen

vrijdag, 15 mei 2026 (11:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Oud-minister Hugo de Jonge is sinds kort commissaris van de Koning in Zeeland en toont zich in die rol opvallend energiek en toegankelijk: geen gebroken man na de coronajaren, maar een montere bestuurder die ongemakkelijke boodschappen niet uit de weg gaat. Het gesprek vindt plaats in het provinciale gebouw in Middelburg; De Jonge loopt er strak in pak rond, met bijbehorende anekdotes over zijn felgekleurde schoenen — een klein handelsmerk dat tijdens zijn Haagse jaren extra opviel.

De Jonge groeide op in een predikantsgezin in Zeeuws-Vlaanderen en noemt die streek zijn wortel. Zijn ouders, streng en dienstbaar, gaven hem plichtsbesef mee: zijn vader bereidde preken gedegen voor, zijn moeder deed veel vrijwilligerswerk voor vluchtelingen en lokale projecten. Na de pabo werkte hij als leraar in de Rotterdamse Millinxbuurt, waar de confrontatie met armoede en huiselijk geweld hem verantwoordelijkheidsgevoel bijbracht. Die achtergrond noemt hij bepalend voor zijn latere politieke inzet.

Politiek maakte hij carrière bij het CDA en belandde hij in 2020 onverwacht in het nationale middelpunt toen hij de bestrijding van de coronapandemie leidde na het wegvallen van Bruno Bruins. Als minister van Volksgezondheid moest hij in korte tijd beslissingen nemen die ingrijpende gevolgen hadden, zoals de sluiting van verpleeghuizen voor bezoek. Het waren extreem intensieve maanden met werkweken van meer dan honderd uur, logistieke operaties voor zorgcapaciteit en voortdurende voorlichtingsrondes. De Jonge houdt vast aan zijn keuzes: voorkomen van sterfte stond centraal, ook al leverde dat verdriet en onvrede op.

Die onvrede mondde soms uit in felle kritiek, bedreigingen en polarisatie. Na publieke optredens — bijvoorbeeld een bezoek aan een SGP-jongerendag — kreeg hij online haatmails en zelfs doodsbedreigingen. Tegelijkertijd ontvangt hij ook dankbetuigingen, en benadrukt hij het belang van gesprek en luisteren, ook met mensen die boos zijn. Hij spreekt zorg uit over de maatschappelijke polarisatie: te veel mensen staan "kwaai" tegenover elkaar, vindt hij.

Op persoonlijk vlak heeft De Jonge met teleurstellingen leren omgaan. In 2020 gaf hij (moeilijk) het CDA-lijsttrekkerschap op omdat dat niet te combineren was met zijn functie als minister tijdens de crisis; in 2024 werd hij niet gekozen als burgemeester van Rotterdam (Carola Schouten kreeg die post). Desondanks noemt hij Zeeland nu een plezierige en belangrijke opdracht: hij voelt zich zowel Zeeuwse Rotterdammer als Rotterdamse Zeeuw en wil de Zeeuwse belangen behartigen.

Privé woont hij in West-Zeeuws-Vlaanderen; zijn vrouw Mireille en de twee kinderen wonen nog in hun huis in Rotterdam omdat zij daar werk en studie hebben. Mireille — geboren in Libanon en als baby naar Nederland gekomen — volgt het nieuws over haar geboorteland op de voet en het gezin sprak ooit over een familiebezoek, maar dat bleek onveilig. De Jonge benadrukt de stabiliserende rol van zijn vrouw: zij is zijn belangrijkste steun en geeft hem directe, eerlijke feedback.

In Zeeland zoekt De Jonge actief contact met lokale gemeenschappen, waaronder veel kerkelijke gemeenten: hij bezocht gereformeerde, PKN- en pinkstergemeenten en stelt vast dat kerkgemeenschap in Zeeland nog vaak levendig en zichtbaar is. Zijn eigen geloof speelt een wezenlijke rol: God is voor hem ankerpunt en richtinggever, al worstelt hij persoonlijk met bepaalde theologische vragen zoals de betekenis van Jezus’ plaatsvervangende offer. Muziek — met name Bach en de Matthäus Passion — helpt hem bij het zoeken naar begrip van het lijdensverhaal.

Buiten het werk houdt hij zijn conditie op peil: hardlopen en wielrennen plant hij strikt in, omdat fysieke fitheid volgens hem noodzakelijk is om intensief werk vol te houden. De kleurrijke schoenen, ooit gekocht in Rotterdam, illustreren zijn oog voor kleine plezierigheden en het vermogen om met zelfrelativering om publieke aandacht te gaan.

Alles bij elkaar presenteert De Jonge zich als een bestuurder die verantwoordelijkheid neemt, ook onder zware druk, en die na de Haagse crisis bewust koos voor een meer regionale, minder vergroteglazen-rol. Hij onderschrijft het belang van luisteren en maatschappelijke samenhang en zoekt die verbinding actief op in zijn Zeeuwse functie.