Verenigde Staten en Spanje botsen om oorlog Iran
In dit artikel:
Washington is verontwaardigd omdat Spanje zich publiekelijk tegen de zaterdag begonnen oorlog tegen Iran heeft uitgesproken en weigerde Amerikaanse bombardementsvluchten vanaf de samen beheerde bases Rota en Morón toe te staan. President Trump reageerde met bedreigingen richting Madrid — hij noemde Spanje een "verliezer" en suggereerde het verbreken van handelsbetrekkingen — en zijn financiële topman Scott Bessent beschuldigde Spanje ervan Amerikaanse levens in gevaar te brengen. De spanningen stapelden zich op over meerdere dagen, na eerdere wrijving tijdens de NAVO-top in Den Haag waar Spanje zich tegen een verhoging van de defensie-uitgaven had gekeerd.
Volgens het bilaterale akkoord van 1953 heeft Spanje het laatste woord over het gebruik van bases op zijn grondgebied; Madrid stelt dat elk militair optreden vanaf die luchthavens binnen de kaders van de Verenigde Naties moet vallen. Het Witte Huis meldde kort dat Spanje bereid zou zijn samen te werken met de Amerikaanse strijdkrachten, maar minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Albares ontkende dat de Spaanse koers veranderd is en herhaalde dat Madrid "nee tegen de oorlog" zegt en vasthoudt aan internationale rechtsregels ter bescherming van burgers.
Premier Pedro Sánchez verdedigde die positie in een tv-toespraak als consistent met Spanje's eerdere standpunten in conflicten zoals Gaza en Oekraïne, en bekritiseerde blinde navolging van leiderschap — een opmerking die door velen werd opgevat als een steek richting de Duitse kanselier Friedrich Merz, die tijdens bezoek aan Trump niet voor Spanje opkwam. Vanuit Brussel kwamen meldingen van solidariteit: EU-functionarissen en leiders, waaronder Eurocommissaris Stéphane Séjourné, de voorzitter van de Europese Raad António Costa en president Emmanuel Macron, benadrukten dat handelsdreigementen tegen een lidstaat de hele Unie raken en dat de EU de rechtsorde en belangen van haar leden zal verdedigen.