Verenigde Staten draaien duimschroeven in Hormuz aan
In dit artikel:
De spanningen in de Golf escaleren: nadat recente gesprekken tussen de VS en Iran in Pakistan geen resultaat opleverden, kondigde president Trump zondag een blokkade van Iraanse havens aan. Maandag werd die blokkade actief ingezet rond de Straat van Hormuz, een cruciale zeestraat waar Iran de laatste weken al de doorgang bemoeilijkt en tol rekent voor schepen. De Amerikaanse marine houdt intussen schepen tegen die uit Iraanse havens komen of daarheen varen.
Clingendael‑analist Bart van den Berg verklaart dat de Amerikaanse maatregel militair logisch is: als Iran een zeestraat sluit of benut om inkomsten te genereren, willen de VS dat voordeel ontnemen. De Amerikanen beschikken in het gebied over geschikte middelen — onder meer fregatten — om civiele schepen terug te sturen of anderszins de doorgang te controleren, zonder snel tot het zinken van handelsvloot over te gaan. Iran daarentegen heeft weinig conventionele maritieme macht over, maar zet middelen als zeemijnen, drones en raketten in; een andere werkwijze die desalniettemin effectief kan zijn.
De Straat van Hormuz is van wereldwijde economische betekenis: dagelijks passeren er rond de honderd schepen en de route is essentieel voor olie- en kunstmesthandel. Beide blockades roeren aan grenzen van het internationale recht op vrije doorgang en hebben al geleid tot stijgingen van olie‑ en gasprijzen en terughoudendheid bij rederijen om de route te gebruiken. Volgens Van den Berg kunnen zowel Iran als de VS een langdurige blokkade volhouden, wat wijst op een potentieel langdurig en risicovol standoff met serieuze gevolgen voor de wereldhandel.