Verenigd Koninkrijk schrapt overdracht van Chagos-eilanden aan Mauritius, nu Donald Trump steun voor akkoord intrekt
In dit artikel:
Het Verenigd Koninkrijk zet voorlopig een streep door de eerder aangekondigde overdracht van de Chagos-eilanden aan Mauritius, nadat de Verenigde Staten onder president Donald Trump hun steun voor de overeenkomst introkken. Londen had bijna een jaar geleden een akkoord gesloten met Port Louis om het bestuur van het eilandengebied terug te geven, maar die deal kan niet doorgaan zonder goedkeuring van Washington omdat op Diego Garcia — het grootste eiland — een gezamenlijke Brits-Amerikaanse militaire basis ligt.
De basis op Diego Garcia is strategisch van groot belang: er is een vliegveld en communicatiefaciliteiten die benut worden voor operaties in de regio, onder meer tegen Iran, en om bewegingen in de Indische Oceaan en rondom China te monitoren. Om de aanwezigheid te waarborgen, waren de regeringen van het VK en Mauritius overeengekomen dat het Verenigd Koninkrijk de basis voor 99 jaar zou terugpachten voor circa 118 miljoen euro per jaar, zodat Brits- en Amerikaans militair personeel er kon blijven.
Volgens het Britse kabinet trok Trump zijn steun in na geopolitieke spanningen, onder andere rond een conflict met NAVO-bondgenoten en kwesties als Groenland. Die ommekeer leidde binnen de Britse regering tot frustratie; sommige Conservatieven, waaronder Nigel Farage, zouden op de achtergrond hebben geprobeerd Trump te beïnvloeden. De verstoorde relatie tussen Starmer en Trump kreeg ook een impuls door onenigheid over Britse medewerking aan Amerikaanse aanvallen tegen Iran.
Premier Keir Starmer heeft het wetsvoorstel voor de overdracht ingetrokken om een nederlaag in het parlement te voorkomen: het staat niet meer op de King’s Speech van 13 mei en komt daarmee niet in de nieuwe parlementaire zittingsperiode. Starmer hield bij zijn eerdere keuze rekening met juridische adviezen en internationale uitspraken; in 2019 gaf het Internationaal Gerechtshof in een niet-bindend advies aan dat de Chagos-eilanden onrechtmatig waren afgesplitst van Mauritius, en de VN-Veiligheidsraad pleitte eveneens voor terugkeer. Starmer zei dat de juridische onzekerheid ook de Britse veiligheid raakte.
De geschiedenis van de archipel verklaart waarom de kwestie gevoelig ligt. Toen Mauritius in 1968 onafhankelijk werd, haalde het Verenigd Koninkrijk de Chagos-eilanden weg en bracht tussen 1968 en 1973 bijna alle oorspronkelijke bewoners—de Chagossianen—met dwang naar Mauritius en de Seychellen om plaats te maken voor de militaire faciliteit; enkele trokken naar het VK. Vandaag wonen er op het hoofd-eiland vooral militairen (ongeveer 4.000 mensen). De gedwongen uitzetting en het daaropvolgende juridische traject hebben decennialang internationale verontwaardiging en rechtszaken opgeroepen.
Niet alle betrokken groepen steunden de overdracht: sommige Chagossianen vreesden dat het akkoord hun kans op terugkeer zou belemmeren en spanden nog kort voor het sluiten van de deal een kort geding aan tegen de staat; dat werd afgewezen. Met de Amerikaanse terugtrekking blijft de toekomst van de eilanden politiek en juridisch onopgelost: Mauritius en internationale rechters blijven aandringen op teruggave, terwijl veiligheidsbelangen en geopolitieke machtsverhoudingen in de Indo-Pacific de Britten en Amerikanen doen terugdeinzen.