Verdwenen uit Nederland: moerasparelmoervlinder
In dit artikel:
De moerasparelmoervlinder stond ooit algemeen in Nederland maar verdween in de loop van de twintigste eeuw volledig uit het land. Dit artikel is de tweede aflevering in een serie over vijftien verdwenen dagvlinders. In de negentiende en vroege twintigste eeuw werd de soort op veel plaatsen vaak aangetroffen; waarnemers beschrijven massale aantallen in mei en juni in zowel hoge zandgronden als moerassige streken. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat snel: ontwatering en intensivering van graslandgebruik leidden tot het verlies van veel vliegplaatsen, en in sommige regio’s verdween de soort al rond 1920–1940.
Kaartgegevens tonen dat de vlinder aanvankelijk in vrijwel heel Nederland voorkwam, maar decennia vóór zijn uiteindelijke verdwijning uit veel gebieden verdwenen was. Rond 1960 bleef de soort vooral over in de blauwgraslanden langs de Meije (grens Zuid-Holland/Utrecht). Daar namen aantallen eerst sterk af — van mogelijk duizenden naar honderden, vervolgens 49 geregistreerde exemplaren in 1975 — tot de laatste twee vlinders die op 31 mei 1982 werden verzameld.
Het typische leefgebied bestond uit vochtige, voedselarme graslanden zoals blauwgraslanden en bepaalde veenweide- en duingebieden, vaak met jaarlijks gemaaide ruigten en een rijke veenflora (wilgen, elzen, veenbes, orchissen). De moerasparelmoervlinder functioneert als metapopulatie: een netwerk van wisselende deelpopulaties met grote jaar-op-jaar schommelingen. Die dynamiek maakt soortgevoelige populaties kwetsbaar in een versnipperd landschap; kleine, geïsoleerde percelen kunnen uitsterven en worden niet meer herkoloniseerd als er geen verbindingen met andere populaties zijn.
De belangrijkste oorzaken van de verdwijning zijn daarom habitatverlies en -fragmentatie door ontwatering, ruilverkavelingen en intensief beheer vanaf de twintigste eeuw, in combinatie met de natuurlijke populatiefluctuaties van de soort. Herintroductie of terugkeer is alleen denkbaar wanneer er voldoende groot, geschikt leefgebied is én een goed verbonden netwerk van locaties terugkomt. Op dit moment ontbreken die voorwaarden nog.
Het bericht is een bewerkte weergave van een artikel van De Vlinderstichting (Chris van Swaay en Kars Veling).