Verdwenen hittegolven terug: KNMI en media faalden jarenlang
In dit artikel:
Het KNMI heeft deze week toegegeven dat kritiek van een groep onafhankelijke onderzoekers op temperatuurcorrecties voor De Bilt terecht was. De discussie draait om homogenisatie van metingen vóór 1950: in 2016 paste het KNMI de oude reeksen aan met behulp van vergelijkingen met station Eelde, wat leidde tot grote dagafwijkingen op warme dagen (tot bijna 2 °C). Daardoor verdwenen 16 van de 23 hittegolven uit 1901–1950 uit de Nederlandse hittegeschiedenis; bijvoorbeeld de hete zomer van 1947 verloor drie van zijn vier geregistreerde hittegolven.
Vanaf 2018 voerden Marcel Crok, Rob de Vos, Frans Dijkstra en Jan Ruis publiek en wetenschappelijk bezwaar aan. In 2019 publiceerde Clintel een uitgebreid rapport; in december 2021 publiceerden dezelfde onderzoekers een peer-reviewed artikel waarin ze aantonen dat de correcties voor De Bilt veel te ver waren doorgeschoten. Hun kernpunt: vóór homogenisatie klopte De Bilt goed met andere hoofdstations, maar na de KNMI-correctie werd De Bilt een opvallende outlier, vooral wat het aantal tropische dagen (>30 °C) betreft. De kritiek richtte zich op het gebruik van één ver verwijderde referentiestation (Eelde), te korte vergelijkingsperiodes en het ontbreken van parallelmetingen beïnvloedend voor extremen.
De confrontatie met het KNMI verliep stroef. Volgens Crok reageerde het instituut jarenlang defensief, gaf geen inhoudelijk weerwoord en gebruikte het soms persoonsgerichte kritiek richting de onderzoekers. Ook bleek het KNMI zijn homogenisatiemethode aanvankelijk niet peer-reviewed te hebben gepubliceerd — een contrast met het onderzoek van Crok en collega’s, dat wel door vakgenoten gecontroleerd was. Dat vergrootte de druk op het KNMI.
De recente herziening van het KNMI (gepubliceerd eind januari 2026 en opgepikt door landelijke media) erkent dat de critici “een punt” hadden. Belangrijke veranderingen: gebruik van meerdere referentiestations (nu onder meer Eelde en Beek) en een langere vergelijkingsperiode (nu 15 jaar in plaats van de eerdere korte periode). Door die aanpassingen is De Bilt geen outlier meer en zijn zeven van de eerder “verdwenen” hittegolven teruggezet; 1947 is opnieuw het recordjaar met vier hittegolven.
De zaak heeft twee bredere implicaties. Ten eerste illustreert het hoe methodologische keuzes bij homogenisatie grote gevolgen kunnen hebben voor het beeld van historische klimaatextremen. Extremen blijken gevoeliger voor verkeerde referenties en korte vergelijkingsvensters dan jaargemiddelden. Ten tweede raakt het vertrouwen in een nationaal instituut: Crok stelt dat de affaire de reputatie van het KNMI heeft beschadigd, ook al noemt hij de nieuwe, transparantere aanpak en de betrokkenheid van een van zijn medeauteurs bij de review van het KNMI-rapport een stap in de goede richting.
Kortom: na jaren van debat en een peer-reviewed tegenanalyse heeft het KNMI zijn aanpak aangepast en deels rechtgezet wat eerder was gecorrigeerd. De discussie toont het belang van open methoden, onafhankelijke toetsing en zorgvuldigheid bij het verwerken van historische weergegevens.