Verdreven en onbegrepen volk: de Koerden
In dit artikel:
Koerden staan opnieuw in het middelpunt nu represailles in Syrië, met betrokkenheid van Turkije, de Koerdische kwestie op de voorgrond zetten. De gemeenschap heeft de afgelopen vijftig jaar sterk aan etnisch, cultureel en nationaal bewustzijn gewonnen. Waar aanvankelijk veel opstanden religieus van aard waren, zijn hedendaagse bewegingen — waaronder de PKK — verschoven van marxistische naar etnisch-nationalistische retoriek, gestoeld op het recht van onderdrukte volkeren op zelfbeschikking.
Historisch werden Koerden na de Eerste Wereldoorlog over Turkije, Irak, Syrië en Iran verspreid door westerse machtsverdelingen. Geen van die staten erkende Koerden als volk of officiële minderheid; assimilatie en harde repressie maakten parlementaire erkenning vrijwel onmogelijk. Vanuit die existentiële ontkenning ontstond gewapend verzet per land: peshmerga in Irak, PKK in Turkije en later uitbreiding naar Syrië en Iran. Die route bracht veel slachtoffers maar geen bevrijding. In Irak leidde samenwerking met de VS na de invasie tot autonomie en politieke macht, maar ook tot enorme menselijke tol en afhankelijkheid van geopolitieke deals.
Die ervaring vormde een keerpunt: Koerdische leiders zochten westerse allianties om in Syrië autonomie af te dwingen en een eigen gewapende macht op te bouwen. Volgens het artikel leidde die asymmetrische afhankelijkheid tot kwetsbaarheid: bij de regimewissel in Syrië (genoemd: 8 december 2024) bleef het Koerdische militaire apparaat grotendeels afzijdig en kozen politieke leiders onder druk voor onderhandelingen met het nieuwe shariaregime, ondanks dat dat regime en aanhangende milities ernstige misdaden pleegden tegen minderheden. De auteur benadrukt het onderscheid tussen Koerdische bevolking, politieke leiding en militaire organisaties.
Ook pogingen tot dialoog met Turkije (met verwijzing naar Öcalans pleidooi voor pluralisme) hebben weinig opgeleverd; Turkije handhaaft een harde lijn en heeft troepen ingezet in Syrië. De combinatie van voortdurende ontkenning, gewelddreiging en teleurstelling voedt een geïsoleerd, hardend nationalisme onder Koerden en vergroot de neiging tot wij-tegen-zij-retoriek. Dat risico wordt versterkt wanneer emancipatoir identiteitsstreven doorslaat naar exclusieve staatsnationalistische claims, wat de meeromvattende democratische doelen ondermijnt.
De auteur waarschuwt dat samenwerking met grootmachten om staten te ontmantelen de solidariteit van Koerden schaadt en het perspectief verslechtert. De voorgestelde uitweg is een democratische herbezinning: prioriteit voor pluralistische allianties en gezamenlijke strijd met andere emancipatiebewegingen in een veranderende geopolitieke context.