Verdachten van brandstichting D66-kantoor voor de rechter na rellen op Malieveld
In dit artikel:
Zeven mannen worden in februari voor de rechter gebracht wegens hun rol bij het anti‑immigratieprotest op het Malieveld in Den Haag vorig jaar. Drie verdachten (een 18‑jarige en twee twintigers) verschijnen op 5 februari; zij worden ervan beschuldigd geweld te hebben gebruikt tijdens de ongeregeldheden van 20 september, en één van hen zou de Hitlergroet hebben gemaakt. Op 10 februari staan vier andere verdachten (drie twintigers en een 49‑jarige) terecht omdat zij geweld zouden hebben gericht tegen politie en omstanders. Twee van deze vier worden bovendien verdacht van brandstichting bij het partijkantoor van D66.
Zes van de zeven zijn de afgelopen weken aangehouden, de zevende al in november; één persoon zit nog vast in voorarrest, de overige verdachten zijn op vrije voeten in afwachting van de rechtszaak. Het Openbaar Ministerie laat weten dat het onderzoek doorgaat en dat er mogelijk meer aanhoudingen volgen.
Tijdens de rellen trok een groep van ruim duizend mensen op tegen de politie: er werden stenen gegooid, branden gesticht en vernielingen aangericht. Eerder zijn al 25 verdachten berecht; 19 daarvan werden veroordeeld, met straffen variërend van enkele weken tot maanden gevangenisstraf, naast werkstraffen en schadevergoedingen.
Context: het Malieveld in Den Haag is een bekend verzamelpunt voor demonstraties en het D66‑kantoor is het regionale partijgebouw dat doelwit werd van de vermeende brandstichting.