Verdachten kunstroof wilden buit mogelijk verkopen aan de Staat
In dit artikel:
De 21‑jarige Jan B., één van de verdachten in de geruchtmakende kunstroof in Drenthe, zou tegenover undercoveragenten hebben gezegd dat het plan was de gestolen kunstwerken aan de Nederlandse staat te verkopen. Dat bleek tijdens de bespreking van het dossier. De roof vond plaats in de nacht van 24 op 25 januari vorig jaar.
In maart zetten politie en justitie ondermijningsonderzoekers in die zich voordeden als Joegoslavische criminelen. Die benaderden aanvankelijk Jans broer in een supermarkt, betaalden hem 500 euro en gaven hem een telefoon met het verzoek dat Jan het opgeslagen nummer zou bellen. Jan belde en kreeg te horen dat men geïnteresseerd was in “het ding”. De undercovers boden 400.000 euro, wat Jan te weinig vond; hij gaf aan dat de buit nog in Nederland was en zou hebben gezegd dat hij de rol van bemiddelaar had.
Op 5 maart werd Jan klemgereden op weg naar het station en gedwongen in de auto van de undercoveragenten te stappen. In die rit noemde hij volgens de politie de namen van medeverdachten Chesley W. en Bernhard Z. Jan stelt later veel te hebben gelogen tegen de undercovers en zegt onder druk te zijn gezet; hij weigerde nadere vragen tijdens de zitting. Jan werd eind april aangehouden.