Verdachte genocide Rwanda ontkent iedere betrokkenheid
In dit artikel:
De 66-jarige Eugène N., verdachte van betrokkenheid bij de Rwandese genocide van 1994, ontkende woensdag aan het begin van zijn rechtszaak in Den Haag alle beschuldigingen: „Ik heb het niet gedaan”, verklaarde hij. N. werd in 2024 in zijn woonplaats Ede opgepakt; hij was in 1998 naar Nederland gekomen en verkreeg later de Nederlandse nationaliteit, waardoor uitlevering aan Rwanda niet mogelijk is en hij in Nederland wordt berecht. Tegen hem loopt sinds 2014 een internationaal arrestatiebevel en het Team Internationale Misdrijven (TIM) startte in 2020 een onderzoek.
Het Openbaar Ministerie beschuldigt N. van onder meer medeplichtigheid aan de massaslachting van ongeveer 3.000 Tutsi’s in een stadion en van het platbranden en plunderen van Tutsi-woningen in de gemeente Mbazi (prefectuur Butare). Human Rights Watch meldde dat in die regio tussen april en juli 1994 meer dan 100.000 mensen werden gedood; landelijk vielen in drie maanden naar schatting zo’n 800.000 slachtoffers, vooral Tutsi’s en gematigde Hutu’s.
Nederlandse onderzoekers reisden meerdere malen naar Rwanda om getuigen te horen; betrokkenen volgen de zittingen in Den Haag via een livestream uit Kigali. Negen getuigen hebben schadevergoedingen geëist; een aantal van hen zal op 22 juni spreken. De rechtbank heeft zeven zittingsdagen gepland. Op 23 juni presenteert het OM het bewijs en formuleert een strafeis, de verdediging pleit op 24 juni en de uitspraak is voorzien op 28 augustus. De raadslieden van N. zeggen dat hij mensen probeerde te beschermen en dat getuigenverklaringen „vervormd en gekleurd” zijn; zij voeren aan dat er geen direct bewijs is dat hij misdaden pleegde.
Vandaag Inside Oranje: Vandaag Inside-studio gaat stuk om uitspraak Johan Derksen: 'Ik vind hem zo'n zeldzame zaadschieter'