Verbod op hoofddoek voor schoolmeisjes verdeelt Oostenrijk
In dit artikel:
Vanaf het schooljaar 2026-2027 geldt in Oostenrijk een verbod op islamitische hoofdbedekking voor meisjes tot 14 jaar op basis- en privéscholen, zowel openbaar als particulier; buiten schoolgebouwen blijft het dragen toegestaan. Het parlement keurde de maatregel deze maand met ruime meerderheid goed; alleen De Groenen stemden tegen omdat zij het ongrondwettig achten. Na een informatiefase vanaf februari mogen scholen vanaf september 2026 sancties opleggen; ouders die de regel overtreden riskeren boetes tot 800 euro. De regering schat dat ongeveer 12.000 meisjes worden getroffen, vooral in Wenen.
De maatregel roept scherpe verdeeldheid op. Op het platteland, waar de politieke kleur vaak rechter is, wordt het verbod veelal verwelkomd; in stedelijke, linkser georiënteerde gebieden is er veel solidariteit met de meisjes en kritiek op de maatregel. Mensenrechtenorganisaties en de islamitische gemeenschap spreken van discriminatie en bereiden juridische stappen voor. Leraren uiten praktische bezorgdheid over handhaving en hun rol: zonder extra ondersteuning vrezen zij dat het onhoudbaar wordt en dat het tot druk en conflict op school kan leiden — zoals een leraar zei: „Moeten wij kinderen straks met dwang hun hoofddoek afnemen?”
Meningen binnen de samenleving lopen uiteen. Tegenstanders benadrukken dat het verbod de godsdienstvrijheid aantast en niets oplost aan vooroordelen of discriminatie; voorstanders zien het als een kans om meisjes meer gelijkheid en bescherming te bieden tegen gendernormen die hen beperken. Enkele respondenten wijzen erop dat de discussie over religieuze symbolen ook vragen oproept over andere rituelen of symbolen — sommige jongeren vergelijken de logica van het verbod met christelijke gebruiken en roepen om consequentie.
Staatsrechtdeskundigen waarschuwen dat juridische toetsing mogelijk is: eerdere jurisprudentie laat volgens hen maar beperkte ruimte voor inmenging in religieuze uitingen, zodat het hooggerechtshof de wet mogelijk ter discussie kan stellen. De komende maanden zullen uitwijzen hoe scholen de maatregel concreet uitvoeren en of de aangekondigde rechtszaken tot aanpassing of intrekking leiden. Intussen blijft het debat over religie, gender en staatsbemoeienis in Oostenrijk feller dan ooit.