Venezuela wacht onzekere toekomst: 'De grote vraag is, wat doet het leger?'
In dit artikel:
Na de gebeurtenissen van afgelopen zaterdag — toen Maduro en zijn vrouw naar verluidt door Amerikaanse special forces werden gegrepen — heerst er in Venezuela een ongebruikelijke rust. Straten zijn vrijwel leeg, verkeer ontbreekt, en veel supermarkten en tankstations zijn gesloten. Sinds zondag patrouilleren gewapende milities die aan president Maduro gelieerd worden door stadswijken.
Omdat vicepresident Delcy Rodríguez intussen is beëdigd als president, lijkt formeel de macht verzekerd, maar de toekomstige machtsverhoudingen zijn onduidelijk en fragiel. Rodríguez staat onder druk van buitenaf (vooral de Verenigde Staten) en mogelijk ook vanuit haar eigen machtsbasis.
De huidige crisis heeft wortels in ruim twintig jaar socialistische politiek die in 1999 begon onder Hugo Chávez en later door Nicolás Maduro werd voortgezet. Chávez maakte de enorme oliereserves van Venezuela tot politiek middelpunt: hij wilde dat inkomsten uit olie ten goede kwamen aan de brede bevolking en verminderde de invloed van Amerikaanse energiespelers. Dit leidde tot spanningen met de Verenigde Staten en na verloop van tijd tot economische sancties. Tegelijk daalde de olieprijs fors, waardoor het zeer olie-afhankelijke Venezuela snel in een diepe economische malaise belandde.
Chávez overleed in 2013; Maduro, zijn opvolger, slaagde er niet in het tij te keren. Economische achteruitgang, hyperinflatie en gebrek aan basisvoorzieningen dwongen miljoenen Venezolanen het land te ontvluchten, vooral richting buurland Colombia. Terwijl veel burgers verarmden, groeide corruptie en profiteerde een kleine elite — inclusief delen van het leger — van staatsinkomsten. Die patronagepolitiek hielp Maduro aan de macht blijven: loyaliteit werd beloond en opstanden werden hard onderdrukt.
De rol van het leger bepaalt nu grotendeels wat er gaat gebeuren. Hoewel het militaire apparaat formeel zijn steun aan het huidige regime heeft uitgesproken, waarschuwen analisten dat onenigheid binnen de gelederen kan ontstaan. Michiel Baud (hoogleraar Latijns-Amerikastudies) stelt dat het leger historisch loyaal is gebleven omdat het veel van de rijkdom en status van het regime heeft meegepakt; dat vermindert de kans dat veel militaire eenheden hun positie zullen riskeren voor verandering. Zolang het leger als collectief achter Rodríguez staat, zullen grote volksopstanden naar verwachting uitblijven.
In de tussentijd blijven Venezolanen nerveus: veel mensen steken de grens met Colombia over om voedsel en goederen te kopen, terwijl het land afwachtend en gespannen toekijkt wie uiteindelijk de politieke controle behoudt.