Veldpredikers vertellen verhalen: „Hoe dichter bij de frontlinie, hoe minder atheïsten je vindt"
In dit artikel:
Ds. Vasily Povoroznuk en Konstantin Chibizov werken als veldpredikers in Oekraïne en geven een indringend beeld van wat pastoraat aan het front in praktijk betekent: aanwezig zijn bij gevechten, ziekenhuizen, begrafenissen en bij families thuis, en tegelijkertijd geestelijke en praktische hulp bieden aan soldaten en nabestaanden.
Vasily Povoroznuk is hoofdveldprediker van de Baptist Union en leidt ruim 600 geestelijk verzorgers. Hij combineert dit vrijwilligerswerk met zijn gemeente in Zjitomir (Compass Church) en heeft ruim dertig jaar ervaring, deels sinds het uitbreken van de oorlog na de annexatie van de Krim in 2014 en vooral sinds de grootschalige Russische invasie. Hij beschrijft het begeleiden van begrafenissen als het zwaarste deel van het werk: ouders die hun enige zoon verliezen, kinderen die hun vader kussen bij een graf waar niemand meer leeft, of kleine slachtoffers van bombardementen. Povoroznuk traint collega‑predikanten in traumazorg: de eerste gesprekken gaan vaak niet over God maar over luisteren, huilen en praktische technieken tegen paniekaanvallen. Praktische taken aan het front kunnen zelfs het verzamelen en vervoeren van lichaamsdelen omvatten, iets wat geestelijk verzorgers emotioneel moet leren verwerken. Hij schreef handleidingen, stimuleert evaluatie en onderlinge uitwisseling, en past bij soldaten een pastorale aanpak toe die ruimte geeft voor woede en beschuldigingen richting God in plaats van moraliserende antwoorden.
Konstantin Chibizov, verbonden aan Kyiv Bible Church en het counselingcentrum Help for Heart, vat zijn missie samen als “erbij zijn”: op elk moment aanwezig zijn — ’s nachts telefoontjes opnemen, hulp bieden bij evacuaties, geld inzamelen, simpele praktische steun geven en samen stil zijn. Hij organiseert soms geïmproviseerde kerkdiensten en avondmaal aan het front; zulke rituelen geven soldaten houvast en leiden regelmatig tot geloofskeuzes. Chibizov merkt ook het groeiende verschil tussen ervaringen van frontstrijders en burgers ver van het front; oorlog schaft relativering van materiële zaken en verscherpt waardering voor relaties, maar maakt het ook moeilijker om begrip te hebben voor wie militaire dienst ontloopt.
Beide predikanten praten over schuldgevoelens bij dodelingen, over wonderlijke ontsnappingen die hun overtuiging versterken, en over de noodzaak om langdurige, trauma‑bewuste zorg te bieden. Hun werk is een combinatie van spirituele begeleiding, empirische traumahulpverlening en praktische bijstand, gericht op het helpen van mensen om te overleven, te rouwen en — voor velen — opnieuw geloof te vinden temidden van oorlog.