Veldleeuwerik floreert op vliegbases
In dit artikel:
Sovon Vogelonderzoek Nederland, in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf, laat zien dat militaire vliegbases een cruciale schakel vormen voor het voortbestaan van de veldleeuwerik. Uit onderzoek gepubliceerd op 20 februari 2026 blijkt dat de populaties op Deelen, Gilze‑Rijen en Volkel tot de hoogste dichtheden van Nederland behoren (ongeveer 26–56 territoria per 100 ha) en dat deze terreinen sinds de jaren negentig juist zijn toegenomen, terwijl de soort landelijk meer dan 90% is teruggevallen vergeleken met een halve eeuw geleden.
De omslag naar extensief graslandbeheer op de baangraslanden in de jaren negentig — ingevoerd vooral om vogelaanvaringen te verminderen maar ook expliciet om biodiversiteit te stimuleren — heeft hier sterk bijgedragen. Hierdoor kwamen rustige, schrale graslanden weer beschikbaar, een habitat waar de veldleeuwerik goed op gedijt. Op Gilze‑Rijen steeg het aantal territoria van 9 in 1998 naar 85 in 2022; vergelijkbare stijgingen zijn op andere bases waargenomen.
Om het broedsucces op deze militaire terreinen beter te beoordelen voerde Sovon in 2025 een nestonderzoek uit op Deelen, Gilze‑Rijen en Volkel. Van de 62 gevonden nesten kon bij 61 het resultaat worden vastgesteld (35 op Deelen, 21 op Gilze‑Rijen, 6 op Volkel). Het broedsucces bleek hoog genoeg om populaties te kunnen handhaven: circa 36% op Deelen en 39% op Gilze‑Rijen — net boven de ruimtelijke drempel van 35% die nodig is voor stabiliteit. Predatie was de belangrijkste oorzaak van nestverlies; algemene roofvogels en kraaiachtigen, plus vossen en dassen, spelen daarbij een rol. Interessant is dat intensief militair gebruik (zoals veel helikoptervluchten op Gilze‑Rijen) het broedsucces niet aantoonbaar negatief beïnvloedde en dat nesten ook succesvol uitvlogen dicht bij asfalt.
De studie onderstreept dat defensiegebieden een van de laatste veilige havens voor de veldleeuwerik in Nederland zijn, maar waarschuwt ook dat jaar‑tot‑jaarvariatie in predatie het succes onzeker kan maken. behoud van extensief graslandbeheer op deze vliegbases blijft daarom van groot belang voor de soort.